De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten
Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/7.2.2.1:7.2.2.1 Opzegging
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/7.2.2.1
7.2.2.1 Opzegging
Documentgegevens:
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS383200:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Opzegging betreft de mededeling dat de klant, dan wel de ISP de aangegane verbintenis wil doen ophouden. Het zal meestal om een opzegging door de klant gaan. ISP's kunnen overeenkomsten aangaan voor onbepaalde tijd met een minimum looptijd van één jaar met vervolgens stilzwijgende verlenging. De 5P-overeenkomst is dan in het eerste jaar niet opzegbaar. Op grond van art. 6:237 sub k BW wordt in overeenkomsten met een consument vermoed onredelijk bezwarend te zijn een beding in algemene voorwaarden dat voor een 5P-overeenkomst een duur bepaalt van meer dan een jaar, tenzij de klant de bevoegdheid heeft de overeenkomst telkens na een jaar op te zeggen.
Om een 5P-overeenkomst te kunnen opzeggen dient een opzeggingsbevoegdheid te bestaan. De opzeggingsbevoegdheid kan de ISP in zijn algemene voorwaarden neerleggen door te bepalen dat onder bepaalde voorwaarden de overeenkomst door middel van opzegging door elk der partijen kan worden beëindigd. Onduidelijkheid over wanneer er precies is opgezegd, wanneer de 5P-overeenkomst precies eindigt en wanneer er tijdig is opgezegd vermijdt een ISP door aan de opzeggingsbevoegdheid vormvereisten te stellen en een opzegtermijn te hanteren. Zo kan er bijvoorbeeld een opzegtermijn van een maand gelden en kan tegen het einde van de maand schriftelijk of per e-mail worden opgezegd. Een vormvereiste is wenselijk vanwege de bewijsvoering. Een beding dat opzegging door de klant per aangetekende brief vereist, is echter onredelijk bezwarend. Bij opzegging 'te allen tijde' zoals neergelegd in art. 7:408 lid 1 BW dient met betrekking tot een ISP-overeenkomst die is aangegaan voor onbepaalde tijd een redelijke opzegtermijn in acht te worden genomen. Het enkel noemen van het begrip 'een redelijke termijn' is niet concreet, duidelijker is het om een daadwerkelijke opzegtermijn op te nemen. De opzegtermijn mag niet langer zijn dan drie maanden of langer dan de termijn waarop de ISP de overeenkomst kan opzeggen (art. 6:237 sub 1 BW). Gedurende de opzegtermijn blijft de overeenkomst in stand.
De ISP die de bevoegdheid bedingt de overeenkomst op te zeggen, dient de opzeggingsgronden te noemen. Hierbij geldt bovendien dat deze gronden de opzegging moeten rechtvaardigen door van zodanig gewicht te zijn dat verdere gebondenheid niet van de ISP kan worden gevergd. En als opzeggende partij dient de ISP de opzegging altijd aan de klant te motiveren. Een klant kan een ISP-overeenkomst zonder reden en motivering opzeggen. Wijziging van de algemene voorwaarden is voor de klant een reden om de algemene voorwaarden op te zeggen op grond van art. 7.2 TW.