RN 2025/30
Vergoedingsrecht. Wordt de meerinbreng van voor het huwelijk gehalveerd door trouwen in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen?
HR 21-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:436
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02046
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10555:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:436, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1393, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2024
- Wetingang
Art. 1:94 lid 7 BW
Essentie
Echtscheiding. Verdeling huwelijksgemeenschap. Vergoedingsrecht.
Wordt het vergoedingsrecht in verband met de meerinbreng in de gemeenschappelijke woning gehalveerd door het daarna trouwen in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen?
Samenvatting
Partijen hebben voor hun huwelijk samen een woning in eigendom verkregen. Vervolgens zijn zij in 2018 getrouwd zonder het maken van huwelijkse voorwaarden en derhalve in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen. In 2023 zijn partijen gescheiden. Partijen hadden over en weer vergoedingsvorderingen in verband met door hen gedane investeringen in de woning. Partijen verschillen van mening over de vraag of de vergoedingsschuld bij het aangaan van het huwelijk ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.