Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/5.5.2.2
5.5.2.2 Rechtsposities die kunnen overgaan
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS586891:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 4:182 lid 1, eerste volzin en lid 2, eerste volzin BW.
Art. 2:309 BW (juridische fusie), art. 2:334a lid 2 BW (zuivere splitsing) en art. 2:334a lid 3 BW (afsplitsing).
Over het begrip ‘rechtspositie’, zie 3.4.2.1. Ook Verstappen spreekt in dit verband van rechtsposities; zie Verstappen 1996, p. 149.
Kamerstukken II 1996-1997, 24 702, nr. 6, p. 15/16.
Aldus ook Verstappen 1996, p. 267 e.v.
Art. 6:249 BW; Deze regel is nog eens in duidelijke bewoordingen bevestigd in Hof Arnhem- Leeuwarden 23 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1392(winstdelingsclausule).
Art. 3:112 en 3:116 BW. Voor erfopvolging ook: art. 4:182 lid 1 BW.
Hij die een ander onder algemene titel in het bezit opvolgt, zet een lopende verjaring voort (art. 3:102 lid 1 BW).
Art. 3:102 lid 2 BW. Zie ook Rank-Berenschot in T&C Burgerlijk Wetboek, art. 3:102, aant. 3 en art. 3:116, aant. 3.
Schuijling 2016/167.
Van Solinge 1994, p. 69.
Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/428; HR 13 december 2013, JOR 2014/33, NJ 2015/ 307 (Montis/Goossens), over de tenaamstelling in een dagvaarding in het geval een rechtspersoon die een rechtsmiddel heeft ingeroepen intussen is weggefuseerd.
Zie HR 30 oktober 2015, JOR 2016/23; NJ 2016/171(Zilveren Kruis/Demnati); op de verkrijgende rechtspersoon die door fusie een vordering heeft verkregen en die de executie na het van kracht worden van de fusie wil aanvangen of voortzetten, rust de verplichting van art. 431a Rv tot betekening van de overgang van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging aan de geëxecuteerde; indien de overgang van de executiebevoegdheid door fusie schriftelijk of elektronisch is meegedeeld aan de geëxecuteerde, met afschrift aan de betrokken deurwaarder, leidt de niet-naleving van het voorschrift van art. 431a Rv niet tot nietigheid van de op die overgang gevolgde executiehandelingen, tenzij de geëxecuteerde (of in voorkomend geval een belanghebbende derde) door die niet-naleving onredelijk in zijn door art. 431a Rv beschermde belangen is geschaad.
Aldus ook Van Solinge 1994, p. 69; Zaman 2004, nr. 3.2.1.8.
Zie de verwijzing naar ‘benadeelde’ in art. 3:310 lid 1 BW.
Om aan te geven wat krachtens erfrecht overgaat, spreekt de wetgever over voor overgang vatbare rechten, bezit, houderschap en schulden van de erflater.1 Bij boedelmenging gaat het om goederen en schulden.2 En bij juridische fusie en splitsing spreekt de wet over ‘het vermogen’ of een gedeelte daarvan.3 Anders gezegd: het zijn steeds ‘tot het vermogen behorende rechtsposities’ die onder algemene titel overgaan.4
Welke rechtsposities tot het vermogen van een rechtssubject behoren, blijkt niet uit de wet. De minister heeft op enig moment gesteld dat ‘rechtsverhoudingen die niet zijn vermogensrechten’ bij een juridische splitsing niet overgaan.5 Hier worden de begrippen vermogen en vermogensrechten door elkaar gehaald. Moesten wij de woorden van de minister letterlijk nemen, dan zou geen enkele volmacht kunnen overgaan (een volmacht is immers geen vermogensrecht), terwijl ook volgens de minister zelf (alleen) bepaalde volmachten niet overgaan. De minister zal bedoeld hebben te zeggen dat rechtsposities die niet tot het vermogen van de rechtspersoon gerekend mogen worden, niet overgaan. Blijft de vraag welke dit zijn.
Bij de beoordeling of een rechtspositie tot het ‘vermogen’ van een persoon behoort, kan onderscheid worden gemaakt naar gelang die persoon een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon is. Bij een rechtspersoon behoren de rechtsposities die zijn identiteit en interne organisatie betreffen niet tot zijn vermogen. Zo behoort de rechtspositie van de rechtspersoon tegenover zijn bestuurder-als-zodanig niet tot zijn vermogen. Als de bestuurders van een door fusie verdwijnende rechtspersoon bestuurder worden van de verkrijgende rechtspersoon, dan is dat niet wegens overgang onder algemene titel. Hetzelfde mag worden aangenomen voor de rechtspositie van de rechtspersoon onder een doorlopende volmacht die aan een procuratiehouder is verstrekt,6 en voor de rechtsposities van de rechtspersoon tegenover ieder van zijn leden of aandeelhouders als zodanig. Rechtsposities die niet de identiteit of organisatie van de rechtspersoon betreffen, kunnen m.i. tot het ‘vermogen’ van de rechtspersoon in de zin van de fusie- en splitsingsregels worden gerekend. Anders dan de natuurlijke persoon ontleent de rechtspersoon zijn bestaan aan het vermogensrecht. Dit leidt voor de rechtspersoon tot een ruim begrip ‘vermogen’ in de zin van de fusie- en splitsingsregels.7
Ongeacht of het natuurlijke personen dan wel rechtspersonen betreft, behoren tot het vermogen (rechtsposities in) goederen, schulden en rechtsverhoudingen. De rechtsgevolgen van een overeenkomst gelden mede voor de rechtsverkrijgenden onder algemene titel, tenzij uit de overeenkomst iets anders voortvloeit.8 De rechtsopvolger volgt tevens op in bezit en houderschap, met alle hoedanigheden en gebreken daarvan;9 dit is onder meer van belang met het oog op verjaringstermijnen.10 Degene die te goeder trouw onder algemene titel opvolgt in het bezit van een persoon die te kwader trouw is, verkrijgt daarmee de rechtspositie van een persoon te kwader trouw.11 De rechtspositie van degene die wegens een wilsgebrek bevoegd is tot vernietiging van een rechtshandeling, is vatbaar voor overgang onder algemene titel.12 Hetzelfde geldt voor de rechtspositie uit hoofde van een levering bij voorbaat,13 en voor de rechtspositie van degene die een onrechtmatige daad,14 of een paulianeuze rechtshandeling,15 heeft verricht. Ook processuele rechtsposities, (mogelijke) rechtsvorderingen die met overgaande vermogensbestanddelen verband houden,16 en verkregen executiebevoegdheden,17 gaan over.
Eveneens vatbaar voor overgang onder algemene titel is de positie van volmachtgever of gevolmachtigde met betrekking tot de aankoop van een bepaald goed of het aangaan van een bepaalde transactie. De positie van volmachtgever kan niet overgaan bij overlijden van de volmachtgever, als de volmacht in diens eigen belang is verstrekt.18 Dit laat onverlet dat een dergelijke volmacht door fusie kan overgaan, als de volmacht tot het vermogen van de rechtspersoon- volmachtgever gerekend kan worden.
In het geval uit een onrechtmatige daad nog geen schade is voortgevloeid, kunnen dader en benadeelde als mogelijk toekomstig schuldeiser of schuldenaar tegenover elkaar staan. Ook hierbij gaat het om tot het vermogen behorende rechtsposities die als zodanig vatbaar zijn voor overgang onder algemene titel.19 De bevoegdheid om, als schade zich alsnog manifesteert, vergoeding daarvan te vorderen, gaat over op de rechtsopvolger. Die is niet zelf benadeelde, maar neemt de rechtspositie van de benadeelde in. Verjaringsregels die voor de benadeelde gelden,20 vinden mede toepassing op zijn rechtsopvolger onder algemene titel, ook als die zelf niet benadeeld is. Uit de wet blijkt dit niet met zoveel woorden. Het volgt uit de aard van de rechtsopvolging onder algemene titel.
Bij uitbreiding van de gevallen waarin de mogelijkheid van vermogensovergang onder algemene titel wordt aanvaard, kunnen deze regels probleemloos worden gehandhaafd.