Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/4.1:4.1 Inleiding
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111410:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het uitgangspunt in sommige rechtsvindingtheorieën is dat de rechter bij het nemen van beslissingen op een rationele wijze te werk gaat en hierbij intentioneel handelt.1 Mensen, en dus ook rechters, hebben van nature het gevoel controle te hebben over meer dan waarover de mens daadwerkelijk controle heeft.2 Zoals al in hoofdstuk 2 en 3 aan bod is gekomen, is de invloed van mentale misleiding op de oordeelsvorming door biases groter dan soms gedacht wordt. Hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 plaatsen de taakopvatting van de rechter in Nederland binnen de theorie van het nieuwe onbewuste. De onderzoeksvraag die in deze hoofdstukken centraal staat is: wat is de invloed van het onbewuste van de rechter op het rechterlijk oordeel? Juist door een te hoge verwachting te hebben van de rechter en zijn capaciteiten, missen wij de waardevolle mogelijkheid te ontdekken welke biases het rechterlijk oordeel beïnvloeden. Dit hoofdstuk gaat in op de invloed van de biases confabulatie, eerste indrukken en emoties. Hoofdstuk 5 gaat vervolgens in op biases die specifiek samenhangen met het ‘terugkijken’ van de rechter op voorbije gebeurtenissen: hindsight bias en het Knobe-effect.
Hoofdstuk 4 is als volgt opgebouwd. In par. 4.2 staat de taak van de rechter centraal. Ik onderzoek hier welke aspecten van de rechterlijke taak het rechterlijk oordeel ‘gevoelig’ maken voor beïnvloeding door biases. Biases zijn van invloed op oordeelsvorming in het algemeen, maar waarom is deze beïnvloeding bij het rechterlijk oordeel in het bijzonder zo problematisch? Vervolgens komen in par. 4.3 drie soorten biases aan bod: confabulatie, eerste indrukken en emotie. Ik concludeer dat het onbewuste een grote invloed heeft op de oordeelsvorming door de rechter, zowel in de heuristieke fase als in de legitimatiefase. Het onbewuste kan onder andere ervoor zorgen dat de rechter zich laat verleiden tot cirkelredeneringen en dat cruciale informatie over het proces van oordeelsvorming door de rechter verborgen blijft voor de rechter zelf en daarmee dus eveneens voor procespartijen. Hierdoor ontstaat een discrepantie tussen de taakopvatting van de rechter en de realiteit. Deze discrepantie dient de rechtspraktijk onder ogen te zien. Ik doe enkele aanbevelingen voor de praktijk aan de hand van de in par. 4.2 gesignaleerde knelpunten (par. 4.4). De aanbevelingen hebben tot doel de discrepantie tussen de taakopvatting van de rechter en de realiteit te verkleinen en meer inzicht te verschaffen in de werking van het onbewuste van de rechter. Vervolgens sluit ik af (par. 4.5).