Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.3.3:23.3.3 Algemene regeling
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.3.3
23.3.3 Algemene regeling
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS486062:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 5, p. 240.
Vzr. Rb. Utrecht 16 mei 2002, KG 2002, 172; Wibbens-de Jong 2006, p. 11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de parlementaire geschiedenis moet worden geconcludeerd dat het aanbrengen van een venster of een holte slechts in onderling overleg (derhalve na toestemming van de nabuur) kan plaatsvinden.
Voorts lijkt uit de parlementaire geschiedenis te moeten worden geconcludeerd dat voor het verhogen van een muur toestemming van de nabuur nodig is.1 Inmiddels heeft de Voorzieningenrechter te Utrecht beslist dat voor een verhoging als hier bedoeld inderdaad toestemming nodig is.2
Het betreft hier in de visie van de wetgever kennelijk vormen van gebruik die niet altijd te verenigen zijn met het recht op gebruik van de nabuur (art. 3:169 laatste zinsdeel).
Gelet op het ingrijpende karakter van al deze werkzaamheden en de mogelijke afbreuk die daarmee wordt gedaan aan de positie van de nabuur, is het inderdaad gewenst dat voorafgaande toestemming van de nabuur wordt verleend. Bij gebreke van toestemming zou vervangende toestemming door de rechter verleend kunnen worden.
Overigens bepaalt art. 5:69 dat de deelgenoten van de art. 5:64, 65, 67 en 68 mogen afwijken. De betreffende artikelen zijn derhalve van regelend recht. Nodig is alsdan dat de mede-eigenaren een regeling als bedoeld in art. 3:168 treffen.