HR, 19-12-2023, nr. 21/03201 E
ECLI:NL:HR:2023:1766
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19-12-2023
- Zaaknummer
21/03201 E
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
Arbeidsrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2023:1766, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2023; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:1168
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2021:7136
- Vindplaatsen
JM 2024/25 met annotatie van S. Pieters
Uitspraak 19‑12‑2023
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Onvoldoende maatregelen nemen om zware ongevallen te voorkomen door bedrijf waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt en waarvan verdachte directeur is, art. 6.1 Arbeidsomstandighedenwet en art. 8.40.1 Wet milieubeheer jo. overtreding voorschriften art. 23 Besluit risico’s zware ongevallen 1999 en art. 5.1 Brzo 1999. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Is uitvaardigen exploitatieverbod vereist alvorens art. 23 Brzo 1999 kan worden overtreden? 2. Zijn invoeren veiligheidsbeheerssysteem en uitvoeren veiligheidsstudies maatregelen in de zin van Brzo 1999? 3. Is verrichten veiligheidsstudies een wettelijke verplichting, waarvan niet-naleving een strafbaar feit oplevert? 4. Bewijsklachten m.b.t. art. 8.40.1 Wet milieubeheer. 5. Bewijsklachten art. 6.1 Arbeidsomstandighedenwet m.b.t. opzet. 6. Strafmotivering (taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis). HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. Volgt verwerping. Samenhang met 21/03203 E en met 21/03202 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03201 E
Datum 19 december 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 28 juli 2021, nummer 21-004269-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste tot en met het vijfde cassatiemiddel
2.1
De cassatiemiddelen komen met verschillende deelklachten op tegen de bewezenverklaring en/of kwalificatie van de feiten 1 en/of 2.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 43-131.
3. Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel komt met verschillende deelklachten op tegen de strafmotivering.
3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 132-146.
4. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van19 december 2023.