Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/4.2.2.3
4.2.2.3 Evenredige verdeling van de controlepremie
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366313:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aldus Nieuwe Weme 2004, p. 59 en Basaldua 1996, p. 254.
Nieuwe Weme 2004, p. 12.
Hijmans van den Bergh/Van Solinge 2000, p. 63 (voetnoot 152) maken bijvoorbeeld onderscheid tussen twee soorten controlepremies: de controlepremie voor onderhandse aandelenpakketten (biedprijs minus aankoopprijs) en de controlepremie voor beurskoersen (biedprijs minus beurskoers voor het bod).
Zie voor het onderscheid en de daaruit voortvloeiende verschillende behandeling in de regels, European Company Law Experts 2013, p. 9-11.
Dit is waarschijnlijk de reden waarom América Móvil bij zijn tweede bod op KPN in augustus 2009 een relatief lage prijs bood; daaraan voorafgaand had het immers al een belang van 29,9% opgebouwd via een partieel bod en verwervingen ter beurze, zie over deze zaak De Brauw/Beckers 2015, p. 47-48; Kemperink 2014, p. 321 e.v. en Corten 2012, p. 522 e.v.
Aldus geschiedde bij KPN (zie vorige voetnoot). Zie voor een ander praktijkgeval het vijandige ruilbod van de Spaanse bouwer ACS op het Duitse Hochtief, zie Hochtief declares ACS’s bid hostile, Financial Times 18 september 2010 en HFD 16 december 2010. Zie ook Hijmans van den Bergh/Van Solinge 2000, p. 77.
Inhoudende een premie voor de verminderde verhandelbaarheid van de aandelen, zie Rijken/Van Montfort 2002, p. 90.
European Company Law Experts 2013, p. 9.
Zonder deze voorwaarde zou de biedplicht eenvoudig kunnen worden ontweken. Die “sluiproute” is in Nederland – goeddeels – gedicht, maar in verschillende lidstaten is dat nog steeds mogelijk, zie het Marccus/CEPS 2012 – Takeover Bids Directive Assessment Report, p. 144-146. De Europese Commissie is voornemens hier een einde aan te maken (Europese Commissie 2012 – Verslag toepassing Richtlijn 2004/25/EG, par. 18 en 25), zie nader § 15.2.8.3.
Doordat het verplicht bod tegen een billijke prijs moet geschieden (art. 5:80a lid 1 Wft) wordt minderheidsaandeelhouders de kans geboden om hun deel van de controlepremie te incasseren en zodoende tegen een goede prijs de vennootschap te verlaten.
Nieuwe Weme 2004, p. 13 en p. 59.
Zie nader Nieuwe Weme 2004, p. 196-197.
Zie ook Nieuwe Weme 2004, p. 13-14 (met verwijzingen).
Vgl. Skog 1997, die kritisch is ten aanzien van de gedachte dat aandeelhouders rechthebbende zijn op de controlepremie omdat zij ook rechthebbende zijn op de activa van de vennootschap.
Aldus Nieuwe Weme 2004, p. 12 en Commissie Vennootschapsrecht 1973 – Rapport minderheidsaandeelhouders biedingen, p. 12.
Vgl. Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/190 en Van Schilfgaarde/Winter/Wezeman 2013, nr. 32.
Men kan dit de economische waarde van zeggenschap noemen, zie Groot 2003, p. 519.
Anders: Nieuwe Weme 2004, p. 12.
Aldus Enriques/Hansmann/Kraakman 2009, p. 96-99 en Nieuwe Weme 2004, p. 10-11 (met verwijzingen).
In die zin F. Mucciarelli 2010, p. 165-166 en enkele auteurs genoemd in NieuweWeme 2004, p. 13-14.
HvJ EG 15 oktober 2009, ECLI:EU:C:2009:626; JOR 2010/55 m.nt. Vossestein; NJ 2010, 81 m.nt. Mok; Ondernemingsrecht 2009, p. 759-764 met commentaar van J.N. Schutte-Veenstra (Audiolux).
De tweede grondslag van het verplicht bod is de evenredige verdeling van de controlepremie over alle aandeelhouders van de doelvennootschap.1 De controlepremie wordt doorgaans omschreven als het bedrag dat boven de beurskoers wordt betaald om de controle te verkrijgen.2 Maar, niet geheel duidelijk is wat hieronder precies moet worden verstaan3 en in hoeverre in de praktijk inderdaad een premie betaald wordt voor de controle. In veel gevallen zal dat niet zo zijn. Gedacht kan worden aan verwervingen ter beurze of verwerving door middel van een openbaar bod door een aandeelhouder die al een controlerend belang houdt (“creep on”) of daar dicht tegenaan zit (“creep in”4).5 In het tweede geval zal de grootaandeelhouder zijn belang uitbreiden tot vlak onder de 30% om vervolgens door middel van een vrijwillig bod de drempel te overschrijden.6 Dit vrijwillig bod zal in veel gevallen hooguit een liquiditeitspremie7 bevatten8, net hoog genoeg om als gevolg van gestanddoening van het bod, meer dan 50% van de stemrechten uit te kunnen oefenen; dat is namelijk de voorwaarde voor vrijstelling van de biedplicht indien zeggenschap wordt verworven via de route van een vrijwillig bod (zie uitgebreid § 15.2.8).9 Een ander voorbeeld, waarop ik hierna nog uitgebreid terugkom, is het verwerven van de controle door het sluiten van een stemovereenkomst (zie nader § 4.3.3.3).
Ervan uitgaande dat er toch zoiets bestaat als een controlepremie, zou zonder het verplicht bod enkel de verkopende aandeelhouder die de bieder aan de controle helpt de controlepremie incasseren, terwijl wordt aangenomen dat alle aandeelhouders hiertoe gelijk gerechtigd zijn.10 Aan deze aanname ligt ofwel de gedachte ten grondslag dat de controlepremie tot het vennootschappelijke vermogen behoort, waartoe aandeelhouders gelijk gerechtigd zijn, of de idee dat de te ontvangen controlepremie met alle aandeelhouders moet worden gedeeld op grond van het gelijkheidsbeginsel.
Over deze grondslag voor de biedplicht bestaat enige discussie, afgezien dus van de hiervoor al aangestipte vraag of in de praktijk wel steeds een premie betaald wordt voor de controle. Ter onderbouwing wordt er op gewezen dat de billijke prijs-regels uit de Overnamerichtlijn aansluiten bij de hoogste prijs die de controlerende effectenhouder heeft betaald in een bepaalde periode voorafgaand aan de controleverwerving (art. 5 lid 4).11 Dit argument is evenwel niet concludent. Een verplicht bod-regeling kan niet zonder een wettelijke regeling omtrent de billijke prijs en het ligt voor de hand om in het kader van een dergelijke regeling aan te sluiten bij de prijs die de controlerende effectenhouder heeft betaald om de controle te verwerven. Maar, er zijn ook andere argumenten om voor deze wijze van berekening te kiezen.12
Afgezien daarvan is ook meer fundamentele kritiek mogelijk op de evenredige verdeling van de controlepremie als grondslag voor de biedplicht. In de eerste plaats op de hiervoor genoemde aanname dat de controlepremie tot het vennootschappelijke vermogen behoort en daarmee toekomt aan alle aandeelhouders gezamenlijk.13 Dogmatisch gezien lijkt mij dit twijfelachtig.14 Wie het aandeel kwalificeert als “technisch- juridische constructie” om de activa en passiva van de vennootschap te doen overgaan15, gaat er aan voorbij dat aandelen naast een vermogensrechtelijke component tevens een zeggenschapsfunctie hebben.16 De extra-waarde die de controlepremie vertegenwoordigd ligt weliswaar op economisch vlak, maar is onlosmakelijk verbonden met de zeggenschapsfunctie17 en daarmee met degene die die zeggenschap kan uitoefenen; niet met de vennootschap. Bovendien, als de premie inderdaad tot het vennootschapsvermogen zou moeten worden gerekend, dan leidt consequente toepassing van de stelling dat alle aandeelhouders gelijkgerechtigd zijn tot het vennootschapsvermogen tot de ongerijmdheid dat ook de (nieuwe) controlerende aandeelhouder hierin deelt.18 Het tweede fundamentele kritiekpunt is dat de andere hiervoor genoemde aanname, het gelijkheidsbeginsel noopt tot evenredige verdeling van de controlepremie, niet gerechtvaardigd is. Algemeen wordt aangenomen dat het gelijkheidsbeginsel niet geldt in horizontale verhoudingen, dat wil zeggen tussen aandeelhouders onderling.19 Voorts kan worden betoogd dat degene die in de positie is om de controlepremie te incasseren, zich niet in dezelfde omstandigheid bevindt als de “achterblijvende” aandeelhouders en dat zij om die reden ook geen aanspraak kunnen maken op gelijke behandeling.20 Ten slotte kan hieraan worden toegevoegd dat het Europese Hof in 2010 al oordeelde dat aan het verplicht bod niet het algemene beginsel van gelijke behandeling ten grondslag ligt (§ 3.5.3.3).21