Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/7.3.1
7.3.1 Botsende belangen en trage besluitvorming
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS612275:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. MCA 2016, p. 14 en 65. De MCA duidt het partnermodel hier als ‘wicked problem’, een lastig bespreekbaar en lastig oplosbaar probleem. “Accountantskantoren moeten qua besturing meer gaan lijken op normale bedrijven” stelt de AFM in een artikel uit 2014 in het Het Financieele Dagblad, zie Piersma 2014a.
Het is daarom goed dat aandacht is voor gedrag en cultuur binnen de accountantsorganisatie. Een onderzoek naar gedrag- en cultuur binnen de accountantsorganisatie en de wijze waarop dit kwaliteitsverbeterend kan werken valt echter buiten het bestek van dit proefschrift.
Zie par. 7.3.2.
Zie par. 7.2.2.
Wellicht is de afwezigheid van erkenning voor het probleem rondom trage besluitvorming ook een verklarende factor voor het feit dat er met regelmaat gehamerd wordt op de beperkte snelheid van het veranderproces binnen accountantsorganisaties. Zie bijvoorbeeld het MCA (2018) rapport met als titel “Doorpakken!”.
Kamerstukken II, 2016/17, 34677, 3, p. 5. Zie voorts over het belang van onafhankelijkheid van commissarissen de multidisciplinaire studie van Van Zijl 2012.
Terwijl de governance van accountantsorganisaties steeds meer ontwikkelt en formaliseert is het opvallend dat de meerderheid van de respondenten uit de survey die in het kader van de evaluatie van de Wta is uitgevoerd, vindt dat aanvullende vereisten ten aanzien van de governance van accountantsorganisaties niet in de Wta opgenomen behoeven te worden. Overigens waren de respondenten afkomstig uit de groep ‘opstellers van regelgeving’ het meest voorstander van opname van aanvullende governance vereisten voor accountantsorganisaties in de Wta, Eijkelenboom en Hijink 2014, p. 74. Zie voor een voorbeeld uit de praktijk van wijziging van de governance bijvoorbeeld het persbericht van KPMG Accountants N.V. van 12 september 2014 met voornemens tot aanpassingen van de (governance van de) organisatie (http://www.kpmg.com/NL/nl/IssuesAndInsights/ ArticlesPublications/Persberichten/Pages/KPMG-wijzigt-besturing-en-verandert-model-voor-partnerbeloning.aspx, geraadpleegd op 17 september 2014).
De maatschapsstructuur bij accountantsorganisaties, ook wel: het ‘partnermodel’, wordt onder meer in berichtgeving in de media en door de MCA geduid als een van de onbelichte oorzaken van de kwaliteitsproblemen in de accountantspraktijk.1 Uit de wetenschappelijke literatuur over de governance van de PSF, zoals ik in de vorige paragraaf besprak, blijkt echter geen eenduidig negatief beeld over de maatschapsstructuur. Sterker nog, uit het literatuuronderzoek volgt dat de maatschapsstructuur bij de PSF ook voordelen kan bieden. Op basis van het onderzoek uit de voorgaande paragraaf zie ik twee problemen die samenhangen met de maatschapsstructuur van de accountantsorganisatie, te weten (het risico op) (i) botsende belangen en (ii) trage besluitvormingsprocessen. Deze problemen staan niet op zichzelf maar beïnvloeden elkaar. Daarnaast spelen zij in de context van confraterniteit. Het persoonlijke karakter van de maatschap en de daarin aanwezige sociale verbanden oefenen invloed uit op de belangenafwegingen en besluitvormingsprocessen.2 Ik roep hier in herinnering dat de uit art. 22a Wta voortvloeiende verplichting tot invoer van een stelsel van onafhankelijk intern toezicht beoogt bij te dragen aan de borging van het lange termijn beleid van de OOB-accountantsorganisatie dat gericht is op het effectief doorvoeren van noodzakelijke cultuurveranderingen en op kernkwaliteiten als integriteit, onafhankelijkheid en vakbekwaamheid.3
Overigens is het in de praktijk de vraag of en in hoeverre het (lange termijn) beleid kan worden beïnvloed door een partner. In de praktijk verschillen de OOB-accountantsorganisaties namelijk niet alleen in juridische vormgeving maar ook in omvang en internationale verwevenheid.4 ‘Het partnermodel’ van de Nederlandse OOB-accountantsorganisaties kent dan ook vele verschij ningsvormen. In de volgende paragraaf noem ik de verschillende verschijningsvormen. De verschillen in juridische vormgeving, omvang en internationale verwevenheid beïnvloeden de rol van de partners in de governance van de Nederlandse OOB-accountantsorganisaties. Hoe groter de verwevenheid van de accountantsorganisatie met het internationale netwerk en hoe omvangrijker de partnergroep, hoe kleiner de invloed van een individuele partner op de besluitvorming binnen de accountantsorganisatie is. Zo kan het (internationale) bestuur met betrekking tot het bepalen van de strategie en het beleid van de OOB-accountantsorganisaties leidend zijn.5
De wetgeving lijkt zich dus met name te richten op het tegengaan van de belangenverstrengeling die plaats kan vinden binnen de organisatie en minder op het probleem van trage besluitvorming.6 Dit idee wordt versterkt doordat in de MvT staat dat er procedures en maatregelen moeten worden getroffen die het orgaan van intern toezicht “in staat stellen om in te grijpen bij belangenverstrengelingen binnen de accountantsorganisatie die een negatief effect kunnen hebben op de kwaliteit van de wettelijke controle”.7 Kwaliteitsbevorderende wetgeving die ingrijpt in de governance van de accountantsorganisatie zou de problemen die samenhangen met de maatschapsstructuur dienen te mitigeren om doeltreffend te zijn.8 Bij optimale wetgeving worden bij de implementatie ervan ook de positieve aspecten van de maatschapsstructuur bewaard. En, wellicht belangrijker, worden door wijzigingen van de governance geen nieuwe – of grotere – problemen veroorzaakt.