TRA 2022/90
De aanzegvergoeding: schriftelijke aanzegging vereist.
HR 07-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1374, m.nt. mr. F.M. Dekker
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
7 oktober 2022
- Zaaknummer
21/03692
- Noot
mr. F.M. Dekker
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS676669:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1374, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 07‑10‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:418, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑04‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑08‑2021
- Wetingang
Art. 7:668 BW
Essentie
De aanzegvergoeding: schriftelijke aanzegging vereist.
Uitspraak
Feiten en omstandigheden
De werknemer is op 1 mei 2019 voor bepaalde tijd, tot 1 december 2019, bij Maxs in dienst getreden. Op 30 oktober 2019 heeft de directeur van Maxs aan de werknemer in een gesprek op het kantoor van Maxs medegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst per 1 december 2019 niet zal worden verlengd. Naar aanleiding van dit gesprek is de werknemer op zoek gegaan naar een andere baan. Hij heeft deze gevonden en is direct aansluitend aan het dienstverband met Maxs elders in dienst getreden.
De werknemer verzoekt in dit geding ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.