De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/8.2.7:8.2.7 Samenvatting en conclusies
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/8.2.7
8.2.7 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS384908:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De raad van toezicht houdt toezicht op het door het bestuur gevoerde beleid en de gang van zaken binnen de stichting. Het is dan ook niet voor niets dat het bestuur en de raad van toezicht gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor de jaarrekening en het bestuursverslag. Het bestuur legt intern verantwoording af aan de raad van toezicht, maar vaak is er geen derde (verantwoordings-) orgaan, waaraan de raad van toezicht zelf intern verantwoording aflegt.
Openbare verantwoording middels publicatie van de jaarstukken is op grond van Boek 2 BW slechts voorgeschreven voor stichtingen met een middelgrote of grote onderneming. Voor stichtingen met een kleinere onderneming, die beschikken over publieke middelen (overheidsgeld, subsidies) en/of middelen van derden (bijvoorbeeld uit fondsenwerving) is echter ook van belang dat zij extern verantwoording afleggen. Sectorregels, sectorale governancecodes en beleidsregels van de overheid stellen verantwoording middels de jaarstukken verplicht en schrijven de wijze van openbaarmaking voor. Openbare verantwoording kan plaatsvinden door publicatie van de jaarstukken via het handelsregister maar ook via een eigen website van de stichting en/of een gezamenlijke website van een brancheorganisatie of, in het geval van sommige semipublieke instellingen, via een overheidswebsite.
De raad van toezicht kan op grond van de wet en/of de statuten van de stichting goedkeuringsbevoegdheden hebben ten aanzien van bestuursbeslissingen. De statuten van veel soorten stichtingen kennen aan de raad van toezicht ook zelfstandige, niet van het bestuur afgeleide, bevoegdheden toe, zoals benoeming en ontslag van bestuurders, beloning van bestuurders en benoeming van zijn eigen leden. Het ligt voor de hand dat de raad van toezicht daarover afzonderlijk verantwoording aflegt in een eigen verslag (waarover in de volgende paragraaf meer). In sectorregels en governancecodes zou voorgeschreven moeten worden dat de raad van toezicht in de desbetreffende sector een eigen afzonderlijk verslag opstelt, waarmee hij zich verantwoordt over (procedurele aspecten van) het toezicht op het bestuursbeleid, zijn zelfstandige bevoegdheden, zijn eigen samenstelling en (de wijze van evaluatie van) zijn functioneren. Een sterke raad van toezicht zal, ook zonder daartoe verplicht te zijn, verantwoording willen afleggen aan de bij de stichting betrokken belanghebbenden. De raad van toezicht kan daarom besluiten zijn verslag vrijwillig te publiceren, bijvoorbeeld op een website van de stichting, of zijn verslag op andere wijze aan betrokken belanghebbenden ter beschikking te stellen.
Het bestuur en de raad van toezicht zijn verantwoordelijk voor de naleving van de eventueel toepasselijke governancecode en leggen daarover verantwoording af. De motivering waarom een governancebepaling wel of niet is nageleefd, biedt aan belanghebbenden veel relevante informatie. Gemotiveerde afwijking van bepalingen uit governancecodes zou mogelijk moeten zijn, ook in de zorg, voor zover afwijking geen afbreuk doet aan good governance en evenmin aan de verwezenlijking van het stichtingsdoel.