Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/5.3.1:5.3.1 Inleiding
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/5.3.1
5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS305604:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij een converteerbare obligatie bestaat de vergoeding voor het ter beschikking stellen van de hoofdsom naast de periodieke rente uit een (niet los verhandelbaar) recht om de obligatie af te laten lossen in aandelen van de debiteur tegen een vooraf bepaalde koers. Kiest de crediteur voor conversie dan ontvangt hij dus geen contanten maar aandelen in de debiteur. Omdat aan het conversierecht waarde toekomt, is de crediteur bereid genoegen te nemen met een rente die lager is dan de rente op een vergelijkbare lening waaraan geen conversierecht is verbonden. De waarde van het conversierecht is gelijk aan het verschil tussen de contante waarde en de nominale waarde van de obligatie. Een warrantlening is vergelijkbaar met een converteerbare obligatie, met dien verstande dat het recht om aandelen in de debiteur te verkrijgen tegen een vooraf bepaalde koers is belichaamd in een verhandelbaar vermogensrecht, de warrant. Aangezien zowel het conversierecht als de warrant een vergoeding vormen voor het uitlenen van geld, komt de vraag op of zij evenals de periodieke rente, die in contanten wordt voldaan, in aftrek kunnen komen op de winst. Hierna wordt deze vraag eerst beantwoord aan de hand van de jurisprudentie die is gewezen op grond van de Wet VPB 1969 zoals deze gold tot en met 2000. Vervolgens wordt ingegaan op art. 10b Wet VPB 1969waarin vanaf 2001 een regeling voor converteerbare leningen en warrantleningen was opgenomen. Met ingang van 2007 heeft art 10b betrekking op leningen tussen gelieerde lichamen zonder vaste aflossingsdatum of een looptijd van meer dan tien jaar en een vergoeding die in belangrijke mate onzakelijk is (zie paragraaf 5.2.5). Converteerbare leningen en warrantleningen vallen sindsdien onder het bereik van art. 10, lid 1, onderdeel j, Wet VPB 1969. Deze bepaling komt aan de orde in paragraaf 5.3.4.