Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/5.3.4.1:5.3.4.1 Geannuleerde aankopen en verkregen rabatten
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/5.3.4.1
5.3.4.1 Geannuleerde aankopen en verkregen rabatten
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS501511:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 185 lid 1 Btw-richtlijn schrijft dwingend voor dat de aftrek wordt herzien in geval van geannuleerde aankopen en verkregen rabatten.
Geheel in overeenstemming met de ratio van de bepaling is dat de aftrek wordt herzien als aankopen worden geannuleerd. Deze categorie impliceert namelijk dat partijen zich weer gaan bevinden in de situatie waarin zij zich vóór sluiting van de overeenkomst bevonden (en de aankopen worden geretourneerd aan de leverancier). Aangezien de afnemer in dat geval niet meer over de aankopen kan beschikken, kan van ‘gebruik’ in het kader van de onderneming ook geen sprake meer zijn. Omdat rechtspraak van het HvJ ten aanzien van de inhoud van de categorie te wensen overlaat, geniet het – zoals ik al liet doorschemeren – mijn voorkeur om, wat de inhoud betreft, een parallel te trekken naar de betekenis van de categorie ‘annulering, verbreking en ontbinding’ van art. 90 lid 1 Btw-richtlijn. In paragraaf 3.3.1 heb ik vastgesteld dat de Uniewetgever met annulering, verbreking en ontbinding hoogstwaarschijnlijk één categorie heeft willen beschrijven, namelijk die van de ‘ongedaanmaking van de handeling’ en dat ‘annulering’ als zodanig niet bestaat. Dit vindt bevestiging in rechtspraak van het HvJ. Hoewel art. 185 lid 1 Btw-richtlijn niet rept over verbreking of ontbinding, ligt het mijns inziens wel in de rede om deze gevallen onder de reikwijdte van de ‘geannuleerde aankopen’ te scharen, zodat deze categorie equivalent moet worden geacht aan de ‘ongedaanmaking van de handeling’. Met deze uitleg wordt recht gedaan aan het neutraliteitsbeginsel: de ‘ongedaanmaking van de handeling’ heeft dan immers zowel bij de leverancier als bij de afnemer een correctie tot gevolg. Bovendien heb ik geen reden te veronderstellen dat art. 90 lid 1 Btw-richtlijn een andere (ruimere) betekenis toekomt dan art. 185 lid 1 Btw-richtlijn.
Ook wat betreft de rabatten meen ik dat een gelijkschakeling met art. 90 lid 1 Btw-richtlijn op zijn plaats is. In paragraaf 3.3.3 heb ik beargumenteerd dat zowel een prijskorting (verrekening bij het betalen van de prijs) als een -rabat (een terugbetaling van (een deel van) de prijs) een verlaging van de prijs – een prijsvermindering – behelst waartegen een goed of dienst normaalgesproken wordt aangeboden, waardoor beide gevallen onder het toepassingsbereik van art. 90 lid 1 Btw-richtlijn vallen. In het verlengde hiervan komt het mij niet meer dan logisch voor om prijskortingen ook onder de reikwijdte van art. 185 lid 1 Btw-richtlijn te scharen. Steun voor deze opvatting vind ik in de richtlijngeschiedenis. In de toelichting op het voorstel voor een Zesde richtlijn werd de korting namelijk nog expliciet als voorbeeld genoemd. Het lijkt mij stug dat op de weg naar de definitieve richtlijntekst is beoogd de kortingen van het toneel te laten verdwijnen. Ervan uitgaande dat onder rabatten tevens kortingen moeten worden verstaan, rijst de vraag hoe deze categorie zich verhoudt tot de ratio van de aftrek- en herzieningsregels. Kenmerkend voor een prijsvermindering is dat de geleverde prestatie bij de afnemer blijft en dus niet teruggaat naar de leverancier. De geleverde goederen en diensten zullen daardoor in de onderneming gebruikt blijven worden, waarbij de aard van het gebruik (vrijgesteld of belast) onveranderd blijft. Dit zou betekenen dat voor herziening van de aftrek geen plaats zou moeten zijn. Door bij een prijsvermindering toch herziening van de aftrek te eisen, lijkt te Uniewetgever de achterliggende gedachte van de herzieningsregels (het vergroten van de precisie van de aftrek) weinig eer aan te doen. Toch is niets minder waar. Ik licht dit in navolgende paragraaf toe.