NJB 2024/1639
HR, 05-07-2024, nr. 23/00894
HR 05-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1027
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 juli 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/00894
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1027, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:119, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑03‑2023
- Wetingang
(art. 1:85, 3:306, 3:307 lid 1, art. 3:326, 6:6 lid 2 BW)
Samenvatting
Tussen 1998 en 2005 zijn geldleningen verstrekt aan een getrouwde man. Thans vorderen de uitleners hoofdelijke veroordeling van de man en zijn echtgenote tot betaling van de openstaande bedragen, en buitengerechtelijke incassokosten. Hoge Raad: 1. Gewone gang van de huishouding. Geldlening. Voor de beantwoording van de vraag of een verbintenis is aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de huishouding is beslissend wat de persoon die met de echtgenoot handelt ten aanzien daarvan in de gegeven omstandigheden in redelijkheid mocht aannemen. In voorkomend geval kan een verbintenis uit geldlening zijn aangegaan ten behoeve van de gewone gang van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.