Belastingblad 2019/198
Na verwijzing maakt Hof Amsterdam de belangenafweging die Hof Den Haag had nagelaten en oordeelt dat belanghebbende voor het begin van de zitting bij Hof Den Haag bewijsstukken van haar stelling in geding had moeten brengen
Hof Amsterdam 29-11-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4912, m.nt. M. Noordegraaf
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
29 november 2018
- Magistraten
Mrs. H.E. Kostense, E.A.G. van der Ouderaa en R.C.H.M. Lips
- Zaaknummer
17/00516
17/00519
17/00520
17/00521
- Noot
M. Noordegraaf
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS50678:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2018:4912, Uitspraak, Hof Amsterdam, 29‑11‑2018
Essentie
Na verwijzing maakt Hof Amsterdam de belangenafweging die Hof Den Haag had nagelaten en oordeelt dat belanghebbende voor het begin van de zitting bij Hof Den Haag bewijsstukken van haar stelling in geding had moeten brengen
Uitspraak
Uitspraak
op de hoger beroepen – na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden – van
[X] GmbH (thans: [Y] mbH), te [plaats 1], belanghebbende,
gemachtigde: mr. R. van den Berg MRE (PwC Belastingadviseurs N.V. te Amsterdam)
tegen de uitspraak van 7 juli 2016 in de zaken met kenmerken SGR 15/7859 tot en met SGR 15/7862 van de Rechtbank Den Haag in het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.