Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/8.4.2.1.2:8.4.2.1.2 Vernietigingsgronden
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/8.4.2.1.2
8.4.2.1.2 Vernietigingsgronden
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971863:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook Assink/Slagter 2013, p. 704; Breukink (diss.) 2022, p. 22-23 en p. 45-46. Vgl. HR 30 oktober 1964, NJ 1965/107 m.nt. G.J. Scholten (Mante).
Artikel 2:123/233 BW. Zie voor andere voorbeelden ook par. 3.2.2.4 hiervoor.
Voor het overige verwijs ik naar de rechtspraak aangehaald in par. 3.3.2.1 hiervoor, waarin werd getracht besluitvorming aan te tasten omdat bij de formulering van de agenda niet was voldaan aan het inzichtelijkheidsvereiste.
Zie Rb. Amsterdam 13 juni 2007, JOR 2007/176 (Centaurus c.s./Versatel), r.o. 4.10 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Relevant voor deze studie zijn met name de mogelijkheid tot (i) vernietiging van een besluit van de algemene vergadering dat op basis van onvolledige of ontoereikende informatie tot stand is gekomen; en (ii) vernietiging van een besluit van de vennootschapsleiding wegens schending van procedurele normen die nopen tot informatieverstrekking.
i. Vernietiging van een besluit van de algemene vergadering
In hoofdstuk 3 heb ik toegelicht dat een aandeelhouder redelijkerwijs in staat moet zijn te bepalen of een agendapunt zijn belangen raakt en een eigen, verantwoord en geïnformeerd standpunt te bepalen over voorstellen die worden voorgelegd aan de algemene vergadering. De informatieverstrekking voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering dient voldoende te zijn om aan dit inzichtelijkheidsvereiste te voldoen. Daarmee wordt het functioneren van de algemene vergadering en de kwaliteit van haar besluitvorming zoveel mogelijk gewaarborgd. Is niet voldaan aan dit inzichtelijkheidsvereiste, en is de besluitvorming derhalve tot stand gekomen op basis van onvolledige of ontoereikende informatie, dan is deze vernietigbaar.1
De verplichting tot deze informatieverstrekking aan aandeelhouders voorafgaand aan de algemene vergadering vindt hoofdzakelijk plaats op grond van artikel 2:8 BW. Bij schending van die informatieplicht kan het betreffende besluit derhalve worden vernietigd op grond van artikel 2:15 sub b BW. De informatieplicht kan ook zijn uitgewerkt in de wet en in de statuten of een reglement, in welk geval bij schending de vernietiging van het besluit kan worden gebaseerd op artikel 2:15 sub a respectievelijk c BW. Ik denk dan met name aan gevallen waarin uit de wet, statuten of een reglement volgt dat bepaalde achterliggende documenten beschikbaar moeten worden gesteld voor de aandeelhouders, zoals bij statutenwijziging.2 Ook een schending van het recht op inlichtingen ex artikel 2:107/217 lid 2 BW kan hierbij een rol spelen, bijvoorbeeld indien vragen die cruciaal waren voor een goed begrip van het agendapunt niet of ontwijkend zijn beantwoord ter vergadering.
Ik ben niet bekend met uitspraken waarin een besluit is vernietigd (mede) omdat dit op basis van ontoereikende informatie tot stand is gekomen, in die zin dat achterliggende documenten of andere inlichtingen niet tijdig of voldoende volledig waren verstrekt.3 In Centaurus c.s./Versatel is overigens wel een poging daartoe gedaan. In die zaak klaagde een groep investeringsmaatschappijen, onder leiding van het hedgefund Centaurus Capital en goed voor circa 12% van de aandelen in Versatel, onder meer erover dat (i) vragen van aandeelhouders ter vergadering niet of niet afdoende zouden zijn beantwoord; (ii) de grootaandeelhouder een informatievoorsprong had op de minderheidsaandeelhouders, hetgeen in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel; en (iii) aandeelhouders zouden zijn misleid omdat bepaalde essentiële informatie was achtergehouden.4 Mede tegen die achtergrond, vorderden zij – onder meer – vernietiging van een dechargebesluit. De rechtbank Amsterdam ging niet mee in (onder meer) de verwijten van eisers omtrent de informatieverstrekking door Versatel en wees hun vorderingen af. Die afwijzing was dus gelegen in zaakspecifieke, feitelijke omstandigheden en niet in enig dogmatisch beletsel dat zich verzette tegen toewijzing van die vordering.
ii. Vernietiging van een besluit van de vennootschapsleiding
In hoofdstuk 5 heb ik toegelicht dat de vennootschapsleiding onder omstandigheden bijzondere zorgvuldigheid dient te betrachten bij de uitoefening van haar taak. Het betrachten van transparantie jegens aandeelhouders is een belangrijk onderdeel van die zorgvuldigheidsplicht. Illustratief is het belang dat in de rechtspraak wordt gehecht aan transparantie jegens de aandeelhouders bij gevallen van (mogelijke) belangenverstrengeling. Op die manier kan worden gewaarborgd dat de betreffende transactie geschiedt onder redelijke en marktconforme voorwaarden, zodat deze zakelijk verantwoord is, en worden de belangen van de aandeelhouders beschermd. Deze transparantieplicht is een voorbeeld van een procedurele norm die noodzakelijk is voor een goede besluitvorming. Wordt die norm geschonden, dan is het betreffende besluit vernietigbaar. Deze procedurele norm volgt uit artikel 2:8 BW. Bij schending daarvan dient de vernietigingsactie derhalve te worden gestoeld op artikel 2:15 sub b BW.