Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/9.1:9.1 Inleiding
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS589801:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
South Australia Asset Management Corporation v. York Montague Ltd. and Banque Bruxelles Lambert SA v. Eagle Star Insurance Co. Ltd. 1996. UKHL 10 1997. AC 191. De redenering is in essentie gelijk aan de door de Hoge Raad gesanctioneerde redenering van het hof in de in nr. 455 te bespreken zaak HR 4 december 2009,NJ 2010/67 m.nt. M.R. Mok (Nabbe/Staalbankiers).
Zie nader § 6.2.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
430. Soms wordt door een onrechtmatige daad of een wanprestatie schade veroorzaakt, terwijl deze schade op een vergelijkbare wijze rechtmatig toegebracht had kunnen worden. Indien zich niet positief laat vaststellen dat met de geschonden norm beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden, kan uit deze mogelijkheid om de schade rechtmatig toe te brengen, volgen dat geen sprake is van een toereikend normatief verband tussen de onrechtmatige daad of wanprestatie en de schade en deze schade daarom niet vergoed behoeft te worden.
Deze grens laat zich met de volgende casus illustreren. Een bank verstrekte krediet voor de aankoop van een vastgoedportefeuille en verkreeg als zekerheid hypotheekrechten op de gekochte onroerende goederen. Voorafgaand aan deze transactie had de bank een taxateur de waarde daarvan laten vaststellen. Toen de kredietnemer zijn verplichtingen niet nakwam, zag de bank zich gedwongen de gehele vastgoedportefeuille executoriaal te laten verkopen. Inmiddels was echter de vastgoedmarkt ingestort. De opbrengst van de executoriale verkoop was mede hierom onvoldoende om het krediet af te lossen. Verhaal door de bank op de kredietnemer was verder niet mogelijk. De bank sprak de taxateur aan tot schadevergoeding op de grond dat deze de waarde van de vastgoedportefeuille op onzorgvuldige wijze te hoog had vastgesteld. De bank voerde aan dat zij bij een juiste waardering überhaupt geen krediet zou hebben verstrekt. De schade waarvan de bank vergoeding vorderde bestond uit (i) het verschil tussen de door de taxateur vastgestelde waarde van de vastgoedportefeuille en de werkelijke waarde op het moment van de waardering en (ii) de vermindering van de werkelijke waarde na de waardering door het instorten van de vastgoedmarkt. Hier is deze tweede schadecomponent van belang. Het House of Lords oordeelde dat voor deze schadecomponent de taxateur niet aansprakelijk was omdat, samengevat, de bank deze schade in het algemeen ook had kunnen lijden zonder een onzorgvuldige waardering en de enkele onzorgvuldige waardering niet rechtvaardigde om het risico van de door de bank aangegane transactie voor rekening van de taxateur te brengen.1 Naar Nederlands recht zou mijns inziens hetzelfde gelden.
In de jurisprudentie en de doctrine wordt in enkele bijzondere casustypen onderkend dat de mogelijkheid dat de door een onrechtmatige daad veroorzaakte schade op een vergelijkbare wijze rechtmatig toegebracht had kunnen worden, kan meebrengen dat voor die schade geen aansprakelijkheid dient te bestaan. In dit hoofdstuk betoog ik dat het in deze casustypen werkzame principe zich laat generaliseren tot een algemene grens aan aansprakelijkheid in het geval van de schending van buitencontractuele en contractuele normen.
Deze grens aan aansprakelijkheid is bovendien nodig vanwege de door mij in hoofdstuk 6 voorgestane toets bij de vaststelling van het vereiste causale verband, waarin voldoende is dat de normschendende gedraging als geheel de schade heeft veroorzaakt.2
431. In het navolgende zet ik eerst uiteen dat het rechtmatig alternatief een beslissende rol speelt bij de beperking van aansprakelijkheid in het geval van het verrichten van een activiteit zonder de daarvoor benodigde vergunning en bij besluitenaansprakelijkheid van de overheid (§ 9.2). Het algemene principe waarmee in deze casustypen aansprakelijkheid wordt begrensd, werk ik vervolgens nader uit voor aansprakelijkheid vanwege onrechtmatige daad. Ik bespreek waarom en wanneer zich niet laat rechtvaardigen om aansprakelijkheid te laten bestaan voor schade die op een vergelijkbare wijze rechtmatig toegebracht had kunnen worden (§ 9.2). Vervolgens behandel ik deze grens van het rechtmatig alternatief voor aansprakelijkheid wegens wanprestatie (§ 9.4). Daarna beschrijf ik hoe deze grens van het rechtmatig alternatief zich verhoudt tot de leer van Demogue-Besier (§ 9.5). De meerwaarde van deze grens ten opzichte van de andere grenzen aan de reikwijdte van aansprakelijkheid bespreek ik daarna (§ 9.6). Ik sluit af met een samenvatting (§ 9.7).