De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/6.1:6.1 Inleiding
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS379440:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 739.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk bespreek in een bijzonder type enquête: de zogenoemde concernenquête. Bij een concernenquête beveelt de OK een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een aantal tot een concern behorende vennootschappen.
Aandeelhouders en certificaathouders zijn op grond van de wet alleen enquêtebevoegd bij de NV of BV waarin zij aandelen of certificaten houden. Uit diverse artikelen in Boek 2 BW blijkt niettemin dat de wetgever rekening houdt met de omstandigheid dat de NV of BV nauwe banden kan hebben met andere rechtspersonen en personenvennootschappen. Zo is in de enquêteregeling bepaald dat onder het beleid en de gang van zaken van een NV of BV mede zijn begrepen het beleid en de gang van zaken van een CV of VOF waarvan de NV of BV volledig aansprakelijk vennoot is (art. 2:345 lid 1 BW). Illustratief is voorts de bevoegdheid van de OK om de onderzoekers te machtigen kennis te nemen van gegevens die in het bezit zijn van nauw met de onderzochte rechtspersoon verbonden andere rechtspersonen (2:351 lid 2 BW). Het beleid en de gang van zaken van de nauw verbonden rechtspersoon zelf is echter geen onderwerp van het onderzoek. De OK kan daarom ook geen onmiddellijke voorzieningen treffen bij die nauw verbonden rechtspersoon.
Niettemin kan voor aandeelhouders en certificaathouders in de moedervennootschap de behoefte bestaan aan een onderzoek bij de dochtervennootschap(pen) waar het beleid werkelijk wordt gemaakt. Alleen een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij de moedervennootschap zal doorgaans weinig opleveren.1 Zeker als de moedervennootschap een lege vennootschap is, zal het gewraakte beleid vooral op het niveau van de dochtervennootschap gestalte krijgen. Het onderzoek dient in dat geval mede bij de dochtervennootschap te kunnen plaatsvinden, zodat ook daar voorzieningen kunnen worden getroffen. Uit de rechtspraak blijkt dat de OK rekening houdt met deze situatie bij de toepassing het enquêterecht. De OK acht aandeelhouders van een moedervennootschap onder bepaalde omstandigheden mede enquêtebevoegd bij de dochtervennootschap. Ik onderzoek in dit hoofdstuk welke omstandigheden een concernenquête rechtvaardigen.