Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/1
1 Inleiding
mr. dr. A.M.L. Jansen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. A.M.L. Jansen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Ik doel hier vanzelfsprekend op de situatie dat het beroep erin resulteert dat de bestuursrechter constateert dat er iets niet deugt aan het bestreden besluit; ik doel niet op de situatie waarin het dictum niet-ontvankelijkheid, onbevoegdheid of ongegrondheid luidt. Die laatste drie dicta vergen immers niet dat het bestuursorgaan een nieuw besluit neemt (maar ze kunnen natuurlijk wel tot het instellen van hoger beroep leiden).
Zo moet bijv. de figuur van de bestuurlijke lus – waarover hieronder meer – onder de op versnelling gerichte instrumenten worden gebracht. Ook het EHRM gaat in zijn jurisprudentie over de redelijke termijn niet uit van het scheiden van een rechterlijke procedure en de daaraan verwante tenuitvoerlegging door het bestuur door middel van een besluit (en een eventueel daarop weer gevolgde rechterlijke procedure). Zie o.a. EHRM 19 maart 1997, ECLI:CE:ECHR:1997:0319JUD001835791 (Hornsby/Griekenland), JB 1997/98 m.nt. AWH; SEW 1997, p. 339-342 m.nt. R.A. Lawson. Zie ook ABRvS 28 mei 2008, ECLI:NL:RVS: 2008:BD2637 en ABRvS 9 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP3701.
Vgl. ook de rechtsvergelijkende studie van Chris Backes, Mariolina Eliantonio and Sander Jansen (eds.), Quality and Speed in Administrative Decision-Making: Tension or Balance?, Cambridge: Intersentia 2016. In de studie wordt een aantal versnellingsmaatregelen besproken die in andere landen zijn getroffen, inclusief een analyse van hoe die uitpakken in de praktijk. De wetgever zou hieruit wellicht inspiratie kunnen putten.
En net zomin als ‘fakenews’ gaat nepversnelling, of in Nederengels, fakeversnelling ons vooruit helpen.
Aanpassingen in de sfeer van organisatie, automatisering en digitalisering, of zoals eenvoudigweg meer bestuursrechters en ondersteuning aanstellen, en (dus) budgettaire maatregelen, vallen buiten het bestek van deze bijdrage. Voor de liefhebbers verwijs ik voor recente analyses inzake digitalisering naar de bijdragen daarover in de bundel van R.J.N. Schlössels e.a. (red.), In het nu… Over toekomstig bestuursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 209-378 en Jaarverslag Raad van State 2017, p. 59 en 60 (zo kan het digitaal dossier mogelijk een bijdrage leveren aan de versnelling van procedures).
Over versnellingsmaatregelen die betrekking hebben op de fase van besluitvorming o.a. B.J. Schueler e.a., Evaluatie van een drietal versnellingsinstrumenten uit de Awb, Oisterwijk: WLP 2013 en de weergave daarvan van R. Ortlep, B.J. Schueler, H.H.M. Scholtes, M. Blekemolen, A.P.W. Duijkersloot & C.B. Modderman, ‘De praktijk en werking van drie versnellingsinstrumenten uit de Awb’, JBplus 2014/2, p. 168-181.
Een auteur die voor een bundel die over bestuursrecht gaat als thema ‘Versnelling van procedures’ toebedeeld krijgt, is in de eerste plaats heel blij. Het gaat immers om een belangrijk thema, actueel en waaraan tal van facetten kleven. De euforie wordt vervolgens enigszins getemperd door het feit dat hij met zijn bijdrage niet het hele boek voor zijn rekening mag nemen. Sterker, de opdracht is dat de bijdrage maximaal 3.000 woorden mag bevatten. Verder afbakenen dus. Het begeleidend schrijven van de initiators van de bundel helpt al een eind. Er wordt met deze bundel ‘ingezet op toekomstgerichte analyses’ en de redactie verlangt een ‘opiniërende invalshoek’. Voor de overige beperking zal ik zelf iets moeten bedenken. De mij toebedachte bijdrage kent behalve het woord versnelling het woord procedures. Hoewel er natuurlijk ook volop wordt gesproken van procedures in de fasen van besluitvorming, associeer ik ‘procedures’ in eerste instantie met rechterlijke procedures. Dat is een eerste inhoudelijke afbakening die ik aanbreng in mijn stuk. Die focus laat onverlet dat er meer dan eens een samenhang bestaat tussen versnellingsmaatregelen die liggen in de sfeer van rechterlijke bevoegdheden en de bestuurlijke besluitvorming. Dat heeft onder meer te maken met het systeem van de bestuursrechtspraak, waaraan inherent is dat er twee overheidsmachten betrokken zijn: het bestuur en de rechter. Vernietigen en opnieuw voorzien en de daaraan weer gekoppelde beroepsprocedure hangen onlosmakelijk samen.1 Wat de bestuursrechter mag, kan en doet, raakt het bestuurlijke optreden en dikwijls ook de nadere actie die wordt gevergd van het bestuur. Er is dan ook veel te zeggen voor het niet eng opvatten van het thema ‘versnelling van rechterlijke procedures’. Verlengde besluitvorming noch hoger beroep kan worden ontkoppeld van beroep. Een razendsnelle uitspraak in beroep die er binnen heel korte tijd ligt maar die het bestuursorgaan in het ongewisse laat over hoe tot een deugdelijk besluit te komen of uitlokt tot het instellen van hoger beroep, brengt ons nog verder van huis.2 To put it bluntly: heel snelle maar onbevredigende of ronduit slechte procedures en uitspraken, helpen van de regen in de drup; loutere versnelling van de rechtsgang is een riskant streven als context en aanpalende procedures worden genegeerd.3 Het optimale versnellingsinstrument – ingeval er iets mis is met de besluitvorming – bewerkstelligt dan ook dat de rechterlijke uitspraak het conflict beslecht en het daadwerkelijke slotakkoord vormt van de gehele procedure. Daarom stel ik voorop dat het debat over versnellingsmaatregelen moet worden gevoerd zonder oogkleppen die maken dat louter de doorlooptijd tot datum uitspraak centraal wordt gesteld. Ligt de focus eenzijdig op de doorlooptijd van die ene procedure over dat ene geschil, dan betreft het slechts ‘snelheid in enge zin’, en kan in menig geval zelfs worden gesproken van ‘nepversnelling’.4 De versnelling waarover ik wil spreken noem ik overkoepelende versnelling en is erop gericht te voorkomen dat procedure en conflict dooretteren. Voorts stel ik mij op als een bescheiden jurist – dat ben ik tenslotte ook – en concentreer ik mij op de koppeling tussen versnelling en juridische ontwikkelingen en middelen.5
Er is, tamelijk recent, al veel onderzoek verricht naar een aantal specifiek op versnelling gerichte juridische maatregelen.6 Ik loop die kort langs om vervolgens in te gaan op snelheid in relatie tot enkele karakteristieken van onze bestuursrechtspraak. Ik denk dan aan de procedurele tirannie van het bestreden besluit, de daarmee samenhangende omvang van het geding en hetgeen de bestuursrechter vermag.