Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/3.6
3.6 Toegang tot de rechter en effectieve rechtsbescherming
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692147:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser Procesrecht/Giesen 2015/92.
Asser Procesrecht/Giesen 2015/92.
De Hoge Raad heeft het recht op een effectieve en efficiënte rechtsbescherming gebruikt in World Online-arrest, HR 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2162, NJ 2014/201, m.nt. C.E. du Perron (World Online), rov. 4.8.2 en 4.11.2.
Smits 2008, p. 37.
Asser Procesrecht/Giesen 2015/96.
Vgl. Brenninkmeijer 1982, p. 346. Zie ook Smits 2008, p. 36.
Barkhuysen & Van Emmerik 2013, p. 218. Zie over andere aspecten van het recht op toegang tot de rechter bijvoorbeeld Loof 2021, p. 13.
Wet van 21 februari 2018, Stb. 2018, 88. Kamerstukken II 2020/21, 35784, nrs. 1-5. Voor de tweede lezing: Kamerstukken I en II, 35784.
Kamerstukken II 2015/16, 34517, nr. 3, p. 4 en p. 12-13.
Zie voor een uiteenzetting over de aansprakelijkheid van de lidstaten voor de schending van Unierecht bijvoorbeeld Brüggemeier 2018.
100. Het (nationaalrechtelijke) begrip ‘effectieve rechtsbescherming’ houdt in dat een recht daadwerkelijk gehandhaafd moet kunnen worden.1 Het begrip is oorspronkelijk afkomstig uit het Unierecht en het EVRM, maar is ook nationaalrechtelijk toe te passen en wordt ook gebruikt in die zin dat de rechter geacht wordt effectieve rechtsbescherming te bieden tegen inbreuken op materiële rechten. Giesen wijst erop dat dit beginsel van effectieve rechtsbescherming in het Nederlandse procesrecht een steeds meer zelfstandige plaats krijgt.2 Het aannemen van een dergelijk nationaalrechtelijk beginsel volgt uit de noodzaak dat verleende rechten als uitgangspunt daadwerkelijk en ook door het privaatrecht gehandhaafd moeten kunnen worden.3
101. Ik bespreek het begrip effectieve rechtsbescherming om uit te vinden of uit het beginsel van effectieve rechtsbescherming normen volgen waaraan (nationaalrechtelijke) remedies moeten voldoen. Omdat het begrip niet primair nationaalrechtelijk van aard is, kijk ik in de volgende hoofdstukken eerst naar de betekenis en de toepassing van het begrip in het kader van het EVRM en in het Unierecht.
102. Omdat het de rechter is die rechtsbescherming moet bieden, stip ik hier mede de toegang tot de rechter aan. Zonder die toegang is rechtsbescherming niet goed mogelijk. Het recht op toegang tot de rechter dient op deze manier ook de naleving van materiële rechten en dient dus verzekerd te zijn.4 Het recht op toegang tot de rechter komt daarom ook in belangrijke mate overeen met, en is een voorwaarde voor, het recht op effectieve rechtsbescherming.5 Een algemeen (nationaal) recht op toegang tot de rechter of het recht op een effectieve remedie is thans niet expliciet in de Grondwet te vinden. Art. 17 Grondwet bepaalt vooralsnog (slechts) dat niemand tegen zijn wil kan worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent. Er is discussie mogelijk over de vraag of dit artikel een grondrecht bevat of een bepaling die mede invulling geeft aan de wijze waarop de rechtspraak in Nederland is georganiseerd.6 In ieder geval omvat het recht om niet tegen zijn wil te worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent niet een recht op toegang tot de rechter zoals dat in art. 6 EVRM ligt besloten.7 Het recht op een effectieve rechtsbescherming en de toegang tot de rechter volgt dan ook in de eerste plaats uit het EVRM en het Unierecht, zodat ik ook om die reden de blik in de volgende hoofdstukken daarop richt.
103. Ik teken daarbij aan dat een wetsvoorstel aanhangig is dat strekt tot wijziging van art. 17 van de Grondwet. Aan art. 17 Grondwet wordt volgens het voorstel een lid toegevoegd dat als volgt luidt: ‘Ieder heeft bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter.’ Het voorstel is inmiddels in eerste en in tweede lezing aangenomen door het parlement.8 In de toelichting op het wetsvoorstel is opgenomen dat met het wetsvoorstel mede wordt beoogd het recht op toegang tot de rechter in de Grondwet te verankeren.9 Bovendien wordt beoogd ook voor die geschillen die niet door een verdrag worden bestreken, het recht op toegang tot de rechter en het recht op een eerlijk proces te waarborgen.10
104. Het recht op effectieve rechtsbescherming en het recht op toegang tot de rechter zijn een lege huls als er geen effectieve remedies zijn. Zonder toegang tot de rechter en, in het verlengde daarvan, zonder beschikbaarheid van passende remedies, heeft het procesrecht, maar ook het materiële recht, weinig zin en bestaat dus ook het risico dat materiële rechten niet verwezenlijkt kunnen worden. De toegang tot de rechter en de beschikbaarheid van passende remedies kunnen daarom ook niet los van elkaar worden gezien: het een heeft zonder het ander geen bestaansrecht. Met andere woorden: ook als er effectieve remedies zijn die kunnen worden ingeroepen bij schending van materiële rechten, kunnen die remedies tandeloos zijn indien de toegang tot de rechter onmogelijk of heel moeilijk is. En toegang tot de rechter heeft geen zin zonder de beschikbaarheid van remedies.
105. Om deze redenen onderzoek ik hierna eerst wat het recht op effectieve rechtsbescherming volgens het EVRM inhoudt. Voorts onderzoek ik of uit het EVRM een recht op een bepaalde remedie volgt. Datzelfde doe ik voor het Unierecht. Daarbij merk ik op voorhand op dat de vraag naar het bestaan van een beginsel van effectieve rechtsbescherming, en de beschikbaarheid van bepaalde remedies in het Unierecht vooral aan de orde is geweest bij schending van het Unierecht door lidstaten en particulieren en de vraag naar hun aansprakelijkheid voor die schending. De zelfstandige vraag onder welke omstandigheden aansprakelijkheid van hetzij de lidstaten, hetzij particulieren bestaat voor die schending van het Unierecht of schending van (andere) mensenrechten, laat ik onbesproken omdat dit het bestek van dit boek te buiten gaat.11