WR 2024/14
Procesrecht: verzettermijn blijft van toepassing als niet ambtshalve is getoetst (vervolg op WR 2023/67)
HR 24-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1627
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 november 2023
- Magistraten
Mr. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
23/01007
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS942233:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Huur van woonruimte
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1627, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:817, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2023
- Wetingang
Art. 392 en 143 Rv; Richtlijn 93/13/EEG
Essentie
Procesrecht: verzettermijnblijft van toepassing als niet ambtshalve is getoetst (vervolg op WR 2023/67)
Samenvatting
De huurder is op basis van een verstekvonnis uit 2014 ontruimd. Uit dat vonnis blijkt niet dat de kantonrechter destijds ambtshalve heeft getoetst aan Europees consumentenrecht. In 2021 komt de huurder in verzet tegen het vonnis. De kantonrechter stelt de prejudiciële vraag of de verzettermijn in dit geval buiten toepassing moet blijven, met acht vervolgvragen. In dit arrest geeft de Hoge Raad een ontkennend antwoord op de eerste vraag, zodat de andere vragen niet meer aan de orde komen.