NJB 2026/543
Aanhoudingsverzoek vanwege aanwezigheidsrecht verdachte in een geval waarin de raadsman voorafgaand aan de terechtzitting aangeeft dat hij geen contact kan krijgen met de verdachte en dat hij het mogelijk acht dat de verdachte geen weet heeft van de zitting: de Hoge Raad geeft uitgangspunten en maatstaven voor de beoordeling door de rechter van een dergelijke situatie.
HR 03-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:329
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/04205
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:329, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1307, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑07‑2024
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Aanhoudingsverzoek vanwege aanwezigheidsrecht verdachte in een geval waarin de raadsman voorafgaand aan de terechtzitting aangeeft dat hij geen contact kan krijgen met de verdachte en dat hij het mogelijk acht dat de verdachte geen weet heeft van de zitting: de Hoge Raad geeft uitgangspunten en maatstaven voor de beoordeling door de rechter van een dergelijke situatie.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – rijden onder invloed van cannabis, art. 8 lid 5 WVW.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in dat de verdachte daar niet is verschenen. Het houdt verder onder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.