Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.2.2
2.2.2 De Eerste en Tweede Richtlijn
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291672:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voorstel voor een richtlijn inzake harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de omzetbelasting van 31 oktober 1962, nr. IV/COM(62) 217 def.-N.
Verslag namens de Commissie voor de interne markt nopens het voorstel van de E.E.G.-Commissie aan de Raad (doc. 121/1962-1963) voor een richtlijn inzake harmonisatie van de lid-staten met betrekking tot de omzetbelasting, zittingsdocumenten Europees Parlement 1963-1964, document 56.
Advies van het Economisch en Sociaal Comité betreffende de “ontwerp-richtlijn inzake harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de omzetbelasting” van 2 juli 1963.
Toelichting op het gewijzigd voorstel voor een richtlijn inzake harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de omzetbelasting van 9 juni 1964, nr. IV/COM(64) 190 def, p. 2.
Gewijzigd voorstel voor een richtlijn inzake harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de omzetbelasting van 9 juni 1964, nr. IV/COM(64) 190 def.
Voorstel voor een tweede richtlijn van de raad inzake harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de omzetbelasting, inhoudende de structuur en de toepassingsmodaliteiten van het gemeenschappelijk systeem van de belasting over de toegevoegde waarde van 13 april 1965, nr. IV/COM(65) 144 def.
Op basis van de bevindingen in het ABC- en FFC-rapport heeft de Europese Commissie op 5 november 1962 bij de Raad het Voorstel voor een eerste richtlijn ingediend.1 Op grond van dit voorstel moesten lidstaten met een omzetbelasting volgens het cumulatief cascadestelsel overgaan op een niet-cumulatief omzetbelastingsysteem tot en met de groothandelsfase. Vervolgens zou een gemeenschappelijk omzetbelastingstelsel worden ingevoerd. Zowel het Europees Parlement2, het Economisch en Sociaal Comité3 als de regeringen van de lidstaten meenden dat het beter was direct een gemeenschappelijk omzetbelastingstelsel in te voeren.4 Op 12 juni 1964 heeft de Europese Commissie daarom een geamendeerd Voorstel voor een eerste richtlijn ingediend.5 Op grond van dit voorstel waren lidstaten met een omzetbelasting volgens het cumulatief cascadestelsel gehouden deze belasting te vervangen door een btw met aftrek van voorbelasting die zich uitstrekt tot het gehele productie- en distributieproces (lees: tot en met de kleinhandelsfase). Vervolgens heeft de Europese Commissie op 14 april 1965 het Voorstel voor een tweede richtlijn ingediend.6 In dit voorstel staat hoe het gemeenschappelijke btw-stelsel eruit moest zien, met dien verstande dat lidstaten op het gebied van vrijstellingen en tarieven hun autonomie behielden. Ook dit voorstel heeft na de indiening wijzigingen ondergaan. Uiteindelijk zijn de Eerste en Tweede Richtlijn op 11 april 1967 vastgesteld. Deze datum is daarom te beschouwen als de geboortedag van de Europese btw. De lidstaten moesten hun nationale omzetbelastingstelsel uiterlijk op 1 januari 1970 vervangen door of – in het geval van Frankrijk – aanpassen aan het gemeenschappelijke btw-stelsel.