BNB 2025/122
Voorwaarden toepassing antimisbruikregeling in de dividendbelasting ten aanzien van inhoudingsvrijstelling bij deelnemingen. Kunstmatige instandhouding rechtspersoon
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1162, m.nt. O.C.R. Marres
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Fierstra, Faase, Cools, Peters
- Zaaknummer
22/02691
22/02695
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
O.C.R. Marres
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD25536:1
- Vakgebied(en)
Dividendbelasting (V)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1162, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1163, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:572, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:540, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:541, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑05‑2023
- Wetingang
Art. 4 lid 3 onderdeel c Wet div.bel. 1965
Essentie
Voorwaarden toepassing antimisbruikregeling in de dividendbelasting ten aanzien van inhoudingsvrijstelling bij deelnemingen. Kunstmatige instandhouding rechtspersoon
Samenvatting
Belanghebbende, een in België gevestigde BVBA, heeft een belang van 38,71% in een Nederlandse BV die fungeert als ‘feeder vennootschap’ voor een fonds van een Nederlands private-equityhuis. Op haar beurt heeft de BV een belang van 17,11% in een Nederlandse BV die commandiet is in een commanditaire vennootschap met minderheidsbelangen in diverse portfolio-investeringen. Werknemers van het private-equityhuis besturen de BV’s en de commanditaire vennootschap en beheren de portfolio-investeringen. De aandelen van belanghebbende zijn in handen van drie leden van een Belgische familie, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.