Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/8.5
8.5 Fall-back methode
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258530:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Punt 3 van de Aantekening bij artikel 7 CVA.
Advisory Opinion 12.2. Hierarchical order in applying Article 7. (Adopted, 6th Session, 16 September 1983, 30.480).
Case study 4.1. Treatment of rented or leased goods. (Adopted, 12th Session, 10 October 1986, 33.590).
Artikel 144, lid 1, UDWU.
Advisory Opinion 12.1. Flexible application of Article 7 of the Agreement. (Adopted, 6th Session, 16 September 1983, 30.480).
Artikel 144, lid 2, UDWU.
Advisory Opinion 12.3. Use of data from foreign sources in applying Article 7. (Adopted, 6th Session, 16 September 1983, 30.480).
Indien de transactiewaarde van de ingevoerde, identieke of soortgelijke goederen alsmede de aftrekmethode en methode van de berekende waarde geen toepassing vinden, voorziet de fall-back methode in de wijze waarop de douanewaarde moet worden vastgesteld. Kortweg houdt deze methode in dat de douanewaarde moet worden bepaald aan de hand van een van de alternatieve waarderingsmethoden waarbij de voorwaarden van elk van deze methoden iets soepeler toegepast mogen worden.1 Voor de toepassing van de transactiewaarde van identieke of soortgelijke goederen, mag bijvoorbeeld de voorwaarde dat het goed in hetzelfde land voortgebracht moet zijn, worden losgelaten en kan de eis, dat de identieke of soortgelijke goederen op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip ingevoerd moeten zijn, flexibel worden benaderd. Ook mag voor de toepassing van de transactiewaarde van identieke of soortgelijke goederen worden aangesloten bij douanewaarden van identieke of soortgelijke goederen die overeenkomstig de aftrekmethode of methode van berekende waarde zijn vastgesteld.2 Voor de toepassing van de aftrekmethode kan de eis dat de goederen moeten zijn verkocht ‘in de staat waarin zij zijn ingevoerd’ alsmede de 90-dagen termijn flexibel worden geïnterpreteerd.
Hoewel niet expliciet voorgeschreven, lijkt de hiërarchische verhouding tussen de waarderingsmethoden in acht genomen moet worden bij toepassing van de fall-back methode. De achtergrond houdt verband met de eis dat de douanewaarde onder de fall-back methode met toepassing van de redelijke middelen moet worden vastgesteld.3 Deze waarderingsmethoden bieden, zelfs indien zij met enige soepelheid worden toegepast, niet altijd uitsluitsel. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij goederen die worden ingevoerd, zonder dat identieke of soortgelijke goederen op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip zijn ingevoerd, om vervolgens binnen het douanegebied van de Europese Unie te worden verhuurd of verleast (onderdeel 7.4.2.4.6). In dat geval kan de fall-back methode uitsluitsel bieden. Bij verhuurde goederen kan bijvoorbeeld de totale huurinkomst die gedurende de gehele economische levensduur van een goed wordt behaald dienen als douanewaarde indien de vervoer- en verzekeringskosten daarbij worden inbegrepen.4 Dit neemt niet weg dat zoveel als mogelijk de douanewaarde bij toepassing van de fall-back methode moet worden bepaald aan de hand van alternatieve waarderingsmethoden waarbij de voorwaarden soepeler worden toegepast.5 Alleen indien op basis daarvan geen douanewaarde kan worden vastgesteld, mag ook op andere wijze de douanewaarde worden vastgesteld met gebruikmaking van redelijke middelen die in overeenstemming zijn met de beginselen en de algemene bepalingen van:6/7
De CVA;
Artikel VII van de GATT 1947;
Titel II, hoofdstuk 3 van het DWU.
Ook moet in die gevallen in acht worden genomen dat de douanewaarde niet vastgesteld kan worden op basis van een van de volgende zaken:8
De verkoopprijs, in het douanegebied van de Unie, van goederen die in het douanegebied van de Unie zijn geproduceerd;
Een stelsel waarbij de hoogste van de twee in aanmerking komende waarden voor de douanewaarde wordt gebruikt;
De prijs van goederen op de binnenlandse markt van het land van uitvoer;
De kosten van de productie, andere dan de berekende waarden die krachtens artikel 74, lid 2, onder d), van het wetboek voor identieke of soortgelijke goederen zijn vastgesteld;
Prijzen voor uitvoer naar een derde land;
Minimumdouanewaarden;
Willekeurig vastgestelde of fictieve waarden.
Op basis van artikel 74, lid 3, DWU mag voor de toepassing van de fall-back methode enkel gebruik worden gemaakt van data die binnen het grondgebied van de Europese Unie beschikbaar is. Dat neemt niet weg dat gegevens die oorspronkelijk afkomstig zijn van buiten het grondgebied van de Europese Unie gebruikt kunnen worden voor de vaststelling van de douanewaarde en zelfs opgevraagd kunnen worden door de douaneautoriteiten indien deze informatie binnen het grondgebied van de Europese Unie voor handen is.9