Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.5.11.1
3.5.11.1 Bindende kracht / Executoriale titel
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591843:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Uit HR 30 oktober 1998, NJ 1999, 83 volgt dat art. 236 Rv van overeenkomstige toepassing is op beschikkingen op verzoekschrift. Zie daarover Gras 1999.
Zie Snijders, Klaassen & Meijer 2007, nr. 60.
Ook een arbitraal vonnis voorzien van een exequator, de grosse van het proces-verbaal van een minnelijke schikking, het dwangbevel van de fiscus en de grosse van andere authentieke akten geld en als een executoriale titel. Vgl. Snijders, Klaassen & Meijer 2007, nr. 411 e.v.
Zie voor de dwangsom, hierna nr. 405 e.v.
180. Een uitspraak heeft bindende kracht tussen partijen. Art. 236 lid1 Rv bepaalt dat beslissingen die de rechtsbetrekkingen in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht hebben.1 Deze bindende kracht wordt ook wel aangeduid als het gezag van gewijsde. Een vonnis gaat in kracht van gewijsde indien tegen dat vonnis geen gewoon rechtsmiddel meer kan worden aangewend.2 Niet ieder vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, heeft ook gezag van gewijsde. Een voorbeeld daarvan is een vonnis in kort geding, dat niet meer dan een voorlopige standpuntbepaling van de rechter omtrent de rechtsverhouding van partijen inhoudt.3 De grosse van een veroordelend vonnis levert een executoriale titel op.4 Met een executoriale titel kan een schuldeiser executoriaal beslag laten leggen en overgaan tot reële executie (art. 3:299-3:301 BW). Door de verkrijging van een executoriale titel wordt een conservatoir beslag van rechtswege omgezet in een executoriaal beslag (art. 430e.v. Rv). De rechter kan op grond van art. 585 e.v. Rv aan de schuldenaar lijfsdwang opleggen en op grond van 611a e.v. Rv de schuldenaar veroordelen tot betaling van een geldsom (dwangsom).5 Het is de vraag voor wie een tussen de stille cedent en de schuldenaar gewezen vonnis bindende kracht heeft. Daarbij kan worden onderscheiden tussen een vonnis dat is gewezen vóór de stille cessie en een vonnis dat is gewezen ná de stille cessie.