Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/8.3
8.3 Geen afwijzingsgronden bij de bijzondere uitkoopregeling (art. 2:359c BW)
Datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- JCDI
JCDI:ADS596530:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In OK 30 juli 2013 (ro. 3.8), ARO 2013/140 (LBi International) onderzoekt de OK dan ook ten onrechte of één van de afwijzingsgronden van toepassing is.
Kamerstukken II 2005-2006, 30 419, nr. 3, p. 49. Evenzo Hermans (2002), p. 500; Olden (2008a), p. 842-843; Kuijpers (2009), p. 416.
Hermans (2002), p. 500; Olden (2008a), p. 842, stellen voorts dat er in de praktijk ook geen behoefte bestaat voor deze afwijzingsgronden.
Volgens Olden (2008a), p. 842, zijn gevallen van ernstige stoffelijke schade binnen de context van een beursvennootschap bovendien niet goed denkbaar.
Cremers (1971), p. 58 e.v.; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/309 sub e.
Kamerstukken II, 2005-2006, 30 419, nr. 3, p. 49. Evenzo Hermans (2002), p. 500; Handboek (2013), nr. 199.4.
Hermans (2002), p. 500; Olden (2008a), p. 843.
De bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW kent geen afwijzingsgronden zoals genoemd in de algemene uitkoopregeling van art. 2:92a/201a lid 4 BW.1 De dertiende EG-richtlijn biedt hier volgens de wetgever geen ruimte voor.2
Voor de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW zijn dergelijke afwijzingsgronden volgens mij ook niet nodig.3 Als een gedaagde door de overdracht ernstige stoffelijke schade zou lijden, kan de OK een vordering op grond van art. 2:359c BW afwijzen met een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en de billijkheid.4 Deze grond kent dezelfde toetsingsnorm als de afwijzingsgrond in art. 2:92a/201a lid 4 BW (§ 8.4.3).
Voorts kent de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW het uitkooprecht per soort (§ 6.5). Dit betekent dat een uitkoper alleen de prioriteitsaandeelhouders kan uitkopen, indien hij al minimaal 95% van deze aandelen houdt. Hiervan zal niet snel sprake zijn, omdat de prioriteitsaandelen vaak zijn onderbracht bij één (rechts) persoon, op naam luiden en bovendien onderworpen zijn aan een statutaire blokkeringsregeling.5 De bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW biedt de houders van prioriteitsaandelen dus een vergelijkbare bescherming.6 Bovendien kan het uitkopen van aandeelhouders met een bijzonder zeggenschapsrecht onder omstandigheden misbruik van bevoegdheid opleveren (§ 8.4.2).
Tot slot bestaat er in de situatie na een openbaar bod waarschijnlijk geen behoefte aan de mogelijkheid afstand te doen van het recht van uitkoop. De bieder beoogt met het vereiste voorafgaand bod in de meeste gevallen alle aandelen in de vennootschap te verkrijgen. In het biedingsbericht staan veelal alle mogelijkheden beschreven om de resterende aandeelhouders na een geslaagd bod uit te stoten, waaronder het gebruik van de uitkoopprocedure.7 Mocht de uitkoper wel afstand hebben gedaan van zijn recht tot uitkoop, dan kan de OK de vordering volgens mij afwijzen wegens misbruik van bevoegdheid als bedoeld in art. 3:13 BW (§ 8.4.2).