Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/9.1
9.1 Inleiding en werkwijze
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491743:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie de hoofdstukken 6, 7 en 8. Voor de meeste betrokkenen bij een splitsing is geconcludeerd dat deze hoofdregel terecht is. In onderdeel 6.3.3 is daarentegen vastgesteld dat een splitsing voor houders van opties op vorderingen op de splitsende rechtspersoon naar wenselijk recht geen belastbaar feit zou moeten zijn. In onderdeel 6.3.2 is voor schuldeisers van de splitsende rechtspersoon geconcludeerd dat de voor hen geldende vervreemdingsfictie dient te vervallen. Tegelijkertijd is voorgesteld om te bepalen dat deze schuldeisers worden geacht te hebben ingestemd met een schuldoverneming ingeval de met de vordering corresponderende schuld in het kader van de splitsing overgaat naar een verkrijgende rechtspersoon. Slechts in uitzonderingsgevallen zal een splitsing voor schuldeisers dan fiscale afrekening tot gevolg hebben. Worden deze aanbevelingen opgevolgd, dan hoeft voor deze betrokkenen bij een splitsing (in zoverre) vervolgens niet te worden voorkomen dat de splitsing wordt belemmerd in de vorm van vennootschapsbelasting.
Deze deelvraag maakt onderdeel uit van de derde onderzoeksvraag. Zie onderdeel 1.4.
Volgens het huidige recht verloopt een splitsing in de vennootschapsbelasting als hoofdregel met fiscale afrekening voor zowel de splitsende rechtspersoon als de (potentieel toekomstige) participanten en schuldeisers van de splitsende rechtspersoon.1 Als een betrokkene als gevolg hiervan vennootschapsbelasting is verschuldigd,2 kan dat een belemmering zijn om tot de splitsing over te gaan. Dit brengt mij bij de volgende deelvraag:3
Dient de fiscale wetgever te voorkomen dat (wenselijke) splitsingen worden belemmerd in de vorm van vennootschapsbelasting en zo ja, moet dan worden voorzien in doorschuif- of betalingsregelingen?
Deze deelvraag wordt in dit hoofdstuk beantwoord met behulp van het toetsingskader bestaande uit de fiscaal-theoretische toets, de fiscaaltechnische toets en de toets aan hoger recht. Hierna ga ik eerst in op de wenselijkheid van een splitsing zonder fiscale belemmeringen (onderdeel 9.2). Daarna besteed ik aandacht aan het onderscheid tussen een doorschuifregeling en een betalingsregeling (onderdeel 9.3). Na een samenvattend overzicht van de conclusies (onderdeel 9.4), sluit ik het hoofdstuk af met een vooruitblik op de inhoudelijke toetsing van de fiscaal gefaciliteerde splitsingsregels (onderdeel 9.5).