Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/16.3.2
16.3.2 Het handhavingskader in de Overnamerichtlijn en het begrip “toezichthoudende autoriteit”
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367642:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit heeft geleid tot sterk uiteenlopende sancties binnen de EU, zie Marccus/CEPS 2012 – Takeover Bids Directive Assessment Report, p. 297.
Wel waar het de billijke prijs-regels betreft, zie eerder § 16.2.4.
Het voorgaande geldt in gelijke mate bij de bevoegdheid tot ontheffing; ook daar is de desbetreffende richtlijnbepaling gericht aan de toezichthoudende autoriteit terwijl in Nederland de OK – zonder als zodanig te zijn aangewezen in het kader van het ontstaan van de biedplicht – bevoegd is terzake van ontheffing (§ 15.6.2.2).
Zie over de rol van het OM bij de handhaving van de biedplicht Grundmann-van de Krol 2012-1, p. 485.
Volgens art. 4 lid 5 Overnamerichtlijn heeft de toezichthoudende autoriteit tot taak de naleving van de verplicht bod-regels te verzekeren. In dat verband zijn de lidstaten verplicht doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties op te stellen voor overtredingen van de ter uitvoering van de richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en alle maatregelen te treffen die nodig zijn om de oplegging van die sancties te verzekeren (art. 17 Overnamerichtlijn). De richtlijn laat aan de lidstaten derhalve de vrijheid de concrete sancties te kiezen.1
De OK is in het kader van de biedplicht niet aangewezen als toezichthoudende autoriteit (§ 16.2.2).2 Hierdoor rijst de vraag of zij dan toch met de handhaving daarvan belast kan worden. Hoewel de Overnamerichtlijn ervan uit gaat dat toezicht en handhaving in een hand zijn – het is immers de toezichthoudende autoriteit die naleving van de verplicht bod-regels dient te verzekeren – schrijft zij in mijn ogen niet voor dat de lidstaten dit systeem een-op-een volgen; de richtlijn is op dit punt niet dwingend. Er is eenvoudigweg geen rekening mee gehouden dat lidstaten op dit punt zouden variëren. Dat is ook niet vreemd omdat geen van de onderzochte lidstaten dat gedaan heeft.3 Ik concludeer dat de Overnamerichtlijn zelf zich niet verzet tegen handhaving door de OK.
Opmerkelijk is ten slotte dat het Openbaar Ministerie niet is aangewezen als toezichthoudende autoriteit. Wat dit betekent voor de aan haar opgedragen strafrechtelijke handhaving van de biedplicht – overtreding van de biedplicht is een economisch delict (art. 1 sub 3 WED) – is niet duidelijk. Gelet op het geringe praktische belang daarvan laat ik de rol van het OM buiten beschouwing.4