Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/6.7:6.7 Afsluiting
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/6.7
6.7 Afsluiting
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258723:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk stond de zevende deelvraag centraal. Deze deelvraag luidt als volgt:
“Hoe wordt bereikt dat voor de vaststelling van de douanewaarde zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de transactiewaarde?”
Voor het bepalen van de douanewaarde wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij de transactiewaarde van de ingevoerde goederen. Om dit te bereiken is tussen de waarderingsmethoden een strikte hiërarchie aangebracht, waarbij de transactiewaarde van de ingevoerde goederen als preferente en primaire waarderingsmethode is aangemerkt (zelfs als de transactiewaarde van de ingevoerde goederen via de fall back methode toepassing vindt). Alleen als de transactiewaarde van de ingevoerde goederen geen toepassing kan vinden, omdat er geen verkoop heeft plaatsgevonden (onderdeel 7.4) of niet aan de voorwaarden voor toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen is voldaan (onderdeel 7.5), moet de douanewaarde overeenkomstig een alternatieve waarderingsmethode worden vastgesteld.
Ook uit de rechten en verplichtingen van de douaneautoriteiten vloeit voort dat de transactiewaarde van de ingevoerde goederen zoveel als mogelijk toepassing moet vinden bij het bepalen van de douanewaarde. Zo moeten de douaneautoriteiten bij twijfel over de aangegeven prijs eerst de aangever in de gelegenheid stellen om aanvullende informatie aan te leveren om deze twijfels weg te nemen. Alleen als de twijfels blijven bestaan en zij een en ander voldoende motiveert mogen de douaneautoriteiten de transactiewaarde verwerpen. Dit recht hebben zij ook als aan één van de andere voorwaarden voor toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen niet wordt voldaan (onderdeel 7.5).
Om te garanderen dat zoveel als mogelijk bij de transactiewaarde van de ingevoerde goederen wordt aangesloten, kan, zelfs wanneer de aangever op het moment van invoer niet beschikt over de (definitieve) douanewaarde van de ingevoerde goederen zijn goederen ten invoer aangeven onder toepassing van de transactiewaarde van ingevoerde goederen indien hij gebruik maakt van de vereenvoudigde aangifte. Ook kan de aangever de douaneautoriteiten verzoeken om een artikel 73-vergunning om de douanewaarde te bepalen op ‘specifieke criteria’ wanneer de bedragen die overeenkomstig artikel 70, lid 2, DWU (werkelijk betaalde of te betalen prijs) in de douanewaarde moeten worden begrepen of de elementen zoals bedoeld in de artikelen 71 en 72 DWU (bijtel- respectievelijk aftrekposten) niet meetbaar zijn. Tot slot kan de aangever vooraf inlichtingen opvragen over of de transactiewaarde van de ingevoerde goederen toepassing vindt ten aanzien van een bepaald feitencomplex of (al dan niet nadat de Europese Commissie heeft voorzien in gedelegeerde bepalingen) een BWI voor dit doel aanvragen. De vereenvoudigde aangifte alsmede de faciliteiten helpen bij het streven om de douanewaarde zoveel als mogelijk te laten aansluiten bij de transactiewaarde van de ingevoerde goederen.