Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/2.5.2.2:2.5.2.2 De tweede LBO-golf:‘financial engineering’ en groeifinanciering
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/2.5.2.2
2.5.2.2 De tweede LBO-golf:‘financial engineering’ en groeifinanciering
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS410210:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Smit & Van den Bergh 2007, p. 303.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Terwijl de golf van LBO’s in de VS in de jaren tachtig voornamelijk tot doel had logge conglomeraten die aan agency- problemen en inefficiënties onderhevig waren te herstructureren, werd de tweede buyout-golf in de jaren negentig tot 2001 vooral ingegeven door de economische groei.1 Technologische ontwikkelingen creëerden een gunstig klimaat voor ondernemingen met een groeiperspectief en gaven daarmee aanleiding tot een grote vraag naar durfkapitaalfinanciering. Private equity-investeerders manifesteerden zich niet langer als onuitgenodigde en op sanering gerichte ‘corporate raiders’, maar stelden zich op als strategische partners die ondernemingen hielpen waarde te creëren. De LBO’s werden met aanzienlijk minder vreemd vermogen gefinancierd dan tijdens de eerste LBO-golf. Net als in de jaren tachtig stroomde er na verloop van tijd echter teveel vermogen naar de private equity-fondsen waardoor de overnameprijzen stegen en de rendementen (wederom) onder druk kwamen te staan. Na het ineenstorten van de effectenbeurzen in 2000 kwam een einde aan de tweede LBO-golf. Een belangrijk deel van de private equityinvesteringen uit de jaren negentig werd daarom afgeschreven of via een secondary buyout doorverkocht aan een andere private equity-partij.