De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.6.1:5.6.1 Inleiding
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.6.1
5.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS401871:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot van de analyse van de aanspraken van de benadeelde bij een internationaal verkeersongeval thans de vraag op welke 'dekking' de benadeelde mag rekenen die zich tot het schadevergoedingsorgaan (bedoeld in art. 24 en 25 van de Richtlijn) van de lidstaat van zijn woonplaats kan wenden. Daarbij moet worden onderscheiden tussen twee situaties: de ene is die bedoeld in art. 24 van de Richtlijn, waarbij de aansprakelijke bekend en verzekerd is, maar het schadevergoedingsorgaan dient op te treden omdat de verzekeraar heeft nagelaten een schaderegelaar te benoemen, dan wel deze (en de verzekeraar) niet binnen drie maanden een met redenen omkleed antwoord geeft. De andere situatie is die van art. 25, waarbij de aansprakelijke niet verzekerd is, dan wel niet kan worden geïdentificeerd. In het eerste geval zal het schadevergoedingsorgaan - als het uiteindelijk de schade met de benadeelde dient te regelen - als uitgangspunt hebben te nemen de verplichtingen die op de verzekeraar rusten. In het tweede geval bedoeld in art. 25 moeten de verplichtingen van het regelende schadevergoedingsorgaan worden afgeleid van die van het waarborgfonds, waarbij nader te bezien valt welk waarborgfonds. In aanmerking komen daarbij dat van het land van het ongeval en dat van de lidstaat waar het onverzekerde aansprakelijke voertuig gewoonlijk is gestald.
In dit deel van hoofdstuk 5 wordt achtereenvolgens onderzocht welke aanspraken de benadeelde heeft in de situatie bedoeld in art. 24 van de Richtlijn en in die van art. 25. Bij art. 24 zal de vraag wat moet worden verstaan onder een gemotiveerd antwoord worden behandeld. De vraag van de subsidiariteit van de schadevergoedingsorganen zal worden besproken, met name in het licht van de verschillende uitwerking die deze subsidiariteit in de lidstaten heeft gekregen.