NJB 2024/1365
Vervalst horloge art. 337 lid 1 Sr en de uitsluiting van strafbaarheid ingevolge lid 2 wanneer men de waren uitsluitend voor eigen gebruik in voorraad heeft. Het beklag in de zin van art. 559a Sv over de inbeslagname over het horloge is door de rechtbank niet zonder meer begrijpelijk ongegrond verklaard, nu de rechtbank niet is ingegaan op de (mogelijke) toepasselijkheid van de uitzonderingsbepaling in art. 337 lid 2 Sr.
HR 04-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:810
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/02411 B
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:810, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:313, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑08‑2023
- Wetingang
Essentie
Vervalst horloge art. 337 lid 1 Sr en de uitsluiting van strafbaarheid ingevolge lid 2 wanneer men de waren uitsluitend voor eigen gebruik in voorraad heeft. Het beklag in de zin van art. 559a Sv over de inbeslagname over het horloge is door de rechtbank niet zonder meer begrijpelijk ongegrond verklaard, nu de rechtbank niet is ingegaan op de (mogelijke) toepasselijkheid van de uitzonderingsbepaling in art. 337 lid 2 Sr.
Uitspraak
Inleiding
De rechtbank heeft bij beschikking het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster ongegrond ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.