Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.3.1.3.2:18.3.1.3.2 Strafrechtelijk verhoor wegens vermoed (fiscaal) delict
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.3.1.3.2
18.3.1.3.2 Strafrechtelijk verhoor wegens vermoed (fiscaal) delict
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493524:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie§ 14.6.5.1 hiervoor.
Wattel 1992, onderdeel 3.
In deze zin: Wattel, aant. bij HR 26 april 1988, FED 1988/716, pt. 2. Hier speelt wel de – mijns inziens ontkennend te beantwoorden – vraag of het opmaken van bijvoorbeeld een specificatie naar aanleiding van een verzoek ex art. 47, lid 1, onder b AWR, onder de inzageplicht valt. Zie ook § 13.6.3.3 hiervoor.
Zie § 13.6.4 en 13.6.7 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vorenstaande geldt onverkort voor het verhoor in fiscale strafzaken. Dat verhoor wordt gewoonlijk afgenomen door FIOD-ambtenaren op het politiebureau of op een kantoor van de FIOD. Fiscaal controleambtenaren die opsporingsbevoegd zijn, kunnen ook een strafrechtelijk verhoor afnemen. Eerder bleek dat de wetgever ervoor heeft gekozen om toezichts- en opsporingsbevoegdheden te ontvlechten. Als gevolg hiervan beschikken controleambtenaren van de Belastingdienst nog nauwelijks over opsporingsbevoegdheden.1 Dit roept de vraag op of de verdachte tegenover de inspecteur en de voor hem werkzame ambtenaren zonder opsporingsbevoegdheid, het strafrechtelijk zwijgrecht kan inroepen wanneer de vragen betrekking hebben op de betrokkenheid bij een geconstateerd fiscaal delict ex art. 68 e.v. AWR.
Verstrekken fiscale inlichtingen mogelijk strafrechtelijk verhoor
Goed voorstelbaar is dat een inlichtingenvordering ex art. 47, lid 1, onder a AWR kan worden gekwalificeerd als een strafrechtelijk verhoor, namelijk wanneer de vragen (mede) zien op de betrokkenheid bij een vermoed strafbaar feit. Zie daarover § 18.3.1.4 e.v. hierna.
Doen van belastingaangifte mogelijk schriftelijk verhoor
Voorstelbaar is ook dat een uitnodiging tot het doen van belastingaangifte als schriftelijk verhoor kan worden gekwalificeerd. Zo meent Wattel dat wanneer een aangiftebiljet niet routineus wordt toegezonden, maar juist om bewijs voor een concrete verdenking van inkomensverzwijging te verwerven, onder omstandigheden een beroep op het strafrechtelijk zwijgrecht mogelijk is. Dan kan immers sprake kan zijn van een (schriftelijk) verhoor door een opsporingsambtenaar ter zake van een vermoed strafbaar feit.2
Inzage geven in bescheiden; andere bijkomende (informatie)verplichtingen: geen verhoor
Omdat art. 29 Sv niet betrekking heeft op het afgeven van bestaand (fysiek) materiaal, wordt niet toegekomen aan de vraag of bijvoorbeeld het geven van inzage in documenten, bescheiden en andere gegevensdragers ex art. 47, lid 1, onder b AWR, kan worden geweigerd met een beroep op het strafrechtelijk zwijgrecht. Boekvertoon is niet een ‘verhoor’.3 Hetzelfde kan worden gezegd over de andere in afdeling 2, hoofdstuk VIII, van de AWR vastgelegde informatieverplichtingen. Wel is het zo dat art. 50 en 53 AWR een beperkte, doelgebonden inlichtingenplicht kennen.4 Voorstelbaar is dat de nakoming ervan een verhoor in strafrechtelijke zin oplevert. Ik laat dit verder buiten beschouwing en concentreer mij in het vervolg op de fiscale inlichtingenplicht ex art. 47 AWR.