Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.3.3:12.3.3 Hoge Raad (Didamse Rijwielstalling)
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.3.3
12.3.3 Hoge Raad (Didamse Rijwielstalling)
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS483588:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 28 juni 1957, NJ 1957, 495.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Hoge Raad heeft in de navolgende bewoordingen gekozen voor de volgende benadering:
‘dat een erfdienstbaarheid naar haar inhoud voor een ieder die het heersend erf overeenkomstig zijn aard en inrichting gebruikt van waarde moet kunnen zijn.’
Vervolgens blijkt uit de navolgende overweging dat ‘gebruiken’ en ‘van waarde zijn’ wel zeer veel kan omvatten:
‘dat indien een erf is ingericht als en bestemd tot spoorwegterrein, terwijl het voor de exploitatie overeenkomstig die inrichting en bestemming van belang is dat ten gerieve van de spoorreizigers in de nabijheid een fietsenstalling is gevestigd ten aanzien waarvan degeen, die het erf als spoorwegterrein gebruikt, regelend moet kunnen optreden teneinde de wijze waarop stallinggelegenheid gegeven wordt in de hand te kunnen houden en hij in verband daarmede concurrentie moet kunnen weren, en indien een recht om het hebben van rijwielstallingen op naburige percelen te verbieden dat belang kan verzekeren, dat recht gezegd kan worden in den zin van art. 721 te strekken tot gebruik en ten nutte van dat erf en niet slechts ten behoeve van den persoon van den eigenaar, zodat de eigenaar het met de eigenaren der naburige percelen als erfdienstbaarheid kan vestigen, ongeacht of hij van zins is de bedoelde stalling zelf te exploiteren dan wel de exploitatie met een ander te regelen.’1
Het gaat hier dus niet slechts om het materiële gebruik naar aard en bestemming doch mede om commerciële exploitatie alsmede om het weren van concurrentie.