Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/9.3.0
9.3.0 Introductie
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS458994:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
De Raad van State had de staatssecretaris van Financiën nog gevraagd de keuze om waardedalingen van het resterende aandelenpakket in aanmerking te nemen, te heroverwegen. Naar aanleiding daarvan merkte de staatssecretaris van Financiën op dat zich ten aanzien van de beclaimde vervreemdingsvoordelen in bepaalde gevallen dubbele heffing kan voordoen, bijvoorbeeld als kort nadat niet meer wordt voldaan aan het 'ten minste 5%'-criterium een substantieel bedrag aan dividend wordt uitgekeerd of in geval van liquidatie van de vennootschap. Aangezien dan zowel belastingheffing plaatsvindt op basis van de bron 'inkomsten uit vermogen' als op basis van de bron 'winst uit aanmerkelijk belang', achtte de staatssecretaris van Financiën het gewenst om een neerwaartse bijstelling van de beclaimde vervreemdingsvoordelen mogelijk te maken, Nader rapport Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. B, blz. 22-23.
Het valt op dat deze herzieningsmogelijkheid van art. 20d, vijfde lid, Wet IB niet geldt voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van art. 20g Wet IB j° art. 3f Uitv.reg. IB. Zie tevens de Vakstudie in aantekening 142 op art. 20f Wet IB en aantekening 4 op art. 20g Wet IB.
Evenals dat onder de oude aanmerkelijkbelangregeling het geval was, is onder de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling de fictieve aanmerkelijkbelangclaim gemaximeerd tot de (potentiële) aanmerkelijkbelangwinst die aanwezig is op het moment waarop de (verkregen) (koopopties op) aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen niet langer tot een aanmerkelijk belang behoren. De uiteindelijk te belasten aanmerkelijkbelangwinst kan aldus wel lager uitvallen, maar niet hoger, zodat de fiscus een deel van het risico draagt van de gang van zaken nadat het fictieve aanmerkelijk belang is ontstaan.1 In het belang van de rechtszekerheid wordt overigens de maximaal te belasten fictieve aanmerkelijkbelangwinst blijkens art. 20d, vierde en vijfde lid, Wet IB, art. 20e, derde en vierde lid, Wet IB, art. 20f, derde en vierde lid, Wet IB, art. 20g Wet IB j° art. 3f, vijfde lid, Uitv.reg. IB, art. 68a, zesde lid, laatste volzin, Wet IB en art. 68aa, zesde lid, laatste volzin, Wet IB, al dan niet op verzoek van de belastingplichtige, bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld, welke beschikking met inachtneming van aan het navorderingsregime van art. 16 AWR ontleende voorwaarden kan worden herzien bij een nieuwe beschikking.2
Een fictief aanmerkelijk belang kan in de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling niet langer geruisloos, d.w.z. zonder afrekening van de fictieve aanmerkelijkbelangclaim, eindigen. Onder de oude aanmerkelijkbelangregeling geschiedde dit alleen in geval van overlijden van de fictief aanmerkelijkbelanghouder, maar onder de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling is dit lek gedicht. Overlijdt de fictief aanmerkelijkbelanghouder, dan is sprake van een fictieve vervreemding ex art. 20a, zesde lid, onderdeel f, Wet IB (overgang onder algemene titel), waarop de doorschuifregeling van art. 20a, zevende lid, Wet IB van toepassing is, mits geen sprake is van sfeerovergang (zie hoofdstuk 7, onderdeel 7.3.6). Eventueel kunnen de gezamenlijke erfgenamen op verzoek de fictieve aanmerkelijkbelanglaim bij de erflater afrekenen op grond van art. 20d, eerste lid, Wet IB. Wordt niet een dergelijk verzoek gedaan, dan schuift de fictieve aanmerkelijkbelangclaim door naar de erfgenamen. Zij krijgen dan op hun beurt een fictief aanmerkelijk belang, zo de geërfde tot een zgn. fictief aanmerkelijk belang behorende aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen bij hen niet tot een 'echt', meegetrokken of afgeleid aanmerkelijk belang in de zin van art. 20a, derde, vierde of vijfde lid, Wet IB gaan behoren. Op deze wijze kan een fictief aanmerkelijk belang oneindig worden doorgeschoven naar volgende generaties.