Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/3.3.4.1
3.3.4.1 Een wettelijke en afhankelijke aansprakelijkheid
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS585721:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 5, Eerste Boek, Derde Titel van het WvK, Stb. 1826/20.
Art. 5, Eerste Boek, Derde Titel van het WvK, Stb. 1835/44; deze bepaling is later art. 18 WvK geworden.
Wet van 28 december 1989, Stb. 1989/616, inw.tr. 1 januari 1992 (Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 nieuw B.W.), p. 20.
Ter gelegenheid van de invoering van het NBW zijn in de art. 18 en 19 WvK de woorden ‘hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk’ vervangen door ‘hoofdelijk verbonden’, conform de terminologie van het NBW en zonder dat een inhoudelijke wijziging werd beoogd. Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 616). Zie art. 6:7 lid 1 BW.
In deze richtng ook Asser/Maeijer 5-V 1995/145. Zie ook art. 19 lid 1 WvK, waarin het woord ‘hoofdelijk’ niet op het geval van de CV met één beherend vennoot slaat.
Bijvoorbeeld Rb. Rotterdam 25 januari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1629(Mercato Café): dading met ene vennoot van een VOF geldt niet mede voor andere vennoot.
Art. 2:403 lid 1 sub f BW. Wat een 403-verklaring inhoudt, moet worden vastgesteld door uitleg daarvan, r.o. 3.4.2 van HR 28 juni 2002, JOR 2002/136, NJ 2002/447(Akzo/ING).
Zie art. 7:850 lid 3 (op borgtocht zijn de bepalingen over hoofdelijke verbintenissen van toepassing, voor zover daarvan in titel 7.14 BW niet wordt afgeweken) en art. 7:851 lid 1 BW (de borgtocht is afhankelijk van de verbintenis van de hoofdschuldenaar, waarvoor zij is aangegaan).
Art. 3:82 (afhankelijke rechten) en 6:142 BW (nevenrechten). Dit geldt ook bij borgtocht; Blomkwist 2006, p. 24. Dit wijkt af van de hoofdregel bij hoofdelijkheid. Dat de lotgevallen van het vorderingsrecht jegens de ene schuldenaar de vorderingsrechten tegen de anderen in het algemeen niet beïnvloeden, is een hoofdregel, geen absolute regel.
Art. 7:855 lid 1 BW (de borg is niet gehouden tot nakoming voordat de hoofdschuldenaar in de nakoming van zijn verbintenis is tekort geschoten).
Aluds ook: Assink & Schild 2015, p. 636; en Tervoort 2015d, nr. 6.5.1.
Art. 7:853 BW (voor borgtocht); Van Boom 2016, par. 4.8. Vgl. HR 8 januari 2010, NJ 2010/ 155 (L/UWV) over het zelfstandige (dus niet: afhankelijke) karakter van de medeaansprakelijkheid van de ex-echtgenoot na ontbinding van een algehele gemeenschap van goederen (onder de oude versie van art. 1:102 BW).
Tervoort 2015d, nr. 6.5.2.
HR 3 april 2015, JOR 2015/191, NJ 2015/255(Eikendal q.q./Lentink Metaalwarenfabriek).
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-MvT, p. 94.
In TM, Parl. Gesch. Boek 6, p. 95 (bij afdeling 2, algemeen) wordt gesproken over ‘een in vele opzichten zelfstandig vorderingsrecht’ en een ‘uitgangspunt’. Zie ook 2.4.3.2.
Aldus ook: A-G Wuisman, sub 2.6 van zijn conclusie voor het arrest Eikendal q.q./Lentink Metaalwarenfabriek; en voor de borgstelling: Bartman 2015; en Van Boom 2016, par. 4.3.3 en 4.4.1 (laatste volzin).
Zie ook sub 10 van de noot van E.C.M. Hurkens in JBPR 2016/31, onder het arrest HR 18 december 2015, JOR 2016/28, NJ 2016/32(W/Advocatenmaatschap S).
Hof Arnhem 2 oktober 2012, ECLI:NL::GHARN:2012:BX8867 (Aannemingsbedrijf) en Rb. Midden-Nederland 14 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:4895(Adviesbureau B).
HR 13 maart 2015, JOR 2015/134, NJ 2015/241(Carlande), r.o. 3.4.4. Zie ook Stokkermans 2015c, p. 584.
De vennotenaansprakelijkheid bij de VOF is geregeld in artikel 18 WvK: iedere vennoot is hoofdelijk voor de verbintenissen van de vennootschap verbonden. De tekst van dit wetsartikel is enkele malen gewijzigd. Volgens de oorspronkelijke tekst van het Wetboek van Koophandel, uit 1826, was de aansprakelijkheid van iedere vennoot van een VOF ‘voor het geheel’. Het woord ‘hoofdelijk’ kwam in de toenmalige wettekst niet voor.1 De tekst van 1835, die in 1838 van kracht werd, sprak van aansprakelijkheid ‘hoofdelijk voor het geheel’.2 Vervolgens zijn de woorden ‘voor het geheel’ in 1992 geschrapt.3 Sindsdien wordt de persoonlijke aansprakelijkheid van vennoten enkel nog als ‘hoofdelijk’ aangeduid.4 Het woord ‘hoofdelijk’ in de wet dient te worden opgevat als hoofdelijk voor het geheel, tenzij anders aangegeven. In artikel 18 WvK is niet anders aangegeven.
De betekenis van de woorden ‘de vennootschap’ kwam al aan de orde bij artikel 17 WvK (vertegenwoordigingsbevoegdheid). Diezelfde woorden ‘de vennootschap’ worden gebruikt in artikel 18 WvK, waar het gaat om de vraag voor welke schulden de vennoten van een VOF hoofdelijk aansprakelijk zijn. Het ligt voor de hand om aan de aangehaalde woorden in beide gevallen dezelfde betekenis toe te kennen. Wat mij betreft, gaat het in artikel 18 WvK dus om de schulden van de VOF, opgevat als collectiviteit en rechtssubject. Dat de VOF een afgescheiden vermogen heeft en rechtssubject is, heeft de ontwerpers echter niet of niet helder voor ogen gestaan. De consequenties ervan zijn in de tekst van artikel 18 WvK niet terug te vinden. In artikel 18 WvK wordt bedoeld dat de vennoten naast elkaar hoofdelijk aansprakelijk zijn.5 Nakoming door de ene vennoot bevrijdt ook de andere. De normale regels van hoofdelijkheid zijn daarbij van toepassing.6
Daarnaast is er de aansprakelijkheid van de vennoten naast de VOF. Deze heeft bij toekenning van eigen rechtssubjectiviteit aan de VOF een wettelijk karakter. Koopt de VOF, als rechtssubject, enkele goederen, dan is zij zelf contractueel voor de koopprijs verbonden. De vennoten zijn alleen q.q., niet in privé partij bij de koopovereenkomst. Hun persoonlijke verbondenheid berust daardoor niet rechtstreeks op de koopovereenkomst, maar op de wet. Hierbij past wel enige voorzichtigheid. Doordat de VOF niet alleen rechtssubject, maar ook collectiviteit is, blijft het verband tussen de koopovereenkomst en de persoonlijke aansprakelijkheid van de vennoten vrij sterk. De vennotenaansprakelijkheid vloeit wel uit de koopovereenkomst voort, maar indirect. Zij is van de eigen aansprakelijkheid van het rechtssubject afgeleid. Deze typering is bijvoorbeeld van belang voor 403-verklaringen. Stel, een moedermaatschappij heeft een 403-verklaring afgelegd voor een dochtermaatschappij die als vennoot toetreedt tot een VOF. In de 403-verklaring staat, dat zij dekking biedt voor ‘alle uit rechtshandelingen van de dochtermaatschappij voortvloeiende schulden waarvoor artikel 2:403 BW dekking voorschrijft, niet meer en niet minder’.7 Wordt de vennotenaansprakelijkheid van de dochtermaatschappij voor de koopschuld van de VOF dan gedekt? Ik denk het wel.
Ook deze aansprakelijkheid van vennoten naast de VOF heeft m.i. een hoofdelijk karakter. Iedere vennoot is persoonlijk gehouden om dezelfde schuld te voldoen als de VOF, en wel voor het geheel.8 Hiervoor gelden echter niet in alle opzichten de hoofdregels van hoofdelijkheid. De aansprakelijkheid van de vennoten naast de VOF heeft een afhankelijk karakter, net zoals borgstelling.9
Als een wederpartij in goed overleg met de VOF een koopovereenkomst ontbindt, zijn automatisch ook de vennoten bevrijd. Hetzelfde geldt bij kwijtschelding. En cedeert een schuldeiser zijn vordering op de VOF, dan gaan de vorderingen op de vennoten persoonlijk vanzelf mee over.10 Anders dan de aansprakelijkheid van de borg,11 is vennotenaansprakelijkheid bij de VOF niet subsidiair.12 Een ander verschil is dat de borg contractueel aansprakelijk is; vennotenaansprakelijkheid bij de VOF heeft, zoals gezegd, een wettelijk karakter. Een zekere onzelfstandigheid van de vennotenaansprakelijkheid komt ook tot uitdrukking bij verjaring. Stel, de VOF heeft een schuld waarvan de verjaringstermijn over één jaar afloopt. Als dan een nieuwe vennoot toetreedt, verjaart de medeaansprakelijkheid van die vennoot, die op dat moment pas ontstaat, m.i. eveneens na één jaar.13
Het afhankelijke karakter van de vennotenaansprakelijkheid bij de VOF wordt wel betwist. Stel, de VOF sluit een overeenkomst van dading met haar schuldeiser, waardoor diens vordering teniet gaat. Is daarmee dan ook de vennotenaansprakelijkheid van de baan? Volgens de werkgroep-Van Olffen, die hierin Tervoort volgt,14 is dit niet het geval. Men beroept zich op het Eikendal/ Lentink-arrest15 en verdedigt dat het bij de vennotenaansprakelijkheid om verbintenissen met een ‘volkomen zelfstandig’ karakter gaat.16 Dit gaat te ver. Volgens het wettelijk uitgangspunt zijn de verbintenissen van hoofdelijk schuldenaren zelfstandig, behalve voor zover uit de wet het tegendeel voortvloeit.17 De (wettelijke) vennotenaansprakelijkheid mag niet over een kam worden geschoren met de uit een 403-verklaring voortvloeiende aansprakelijkheid van een moedermaatschappij, als in Eikendal/Lentink aan de orde was. Vanwege het afhankelijke karakter van de vennotenaansprakelijkheid werkt de dading met de VOF door in de aansprakelijkheid van de vennoten, net als bij borgstelling.18
Het afhankelijke karakter van de vennotenaansprakelijk vervalt m.i., indien een vennoot naast de VOF hoofdelijk tot betaling van een schuld wordt veroordeeld. Als de VOF in hoger beroep gaat en de vennoot nalaat dit ook te doen, werkt een afwijzing van de vordering tegen de VOF, verkregen in het hoger beroep, niet mede tegenover de vennoot persoonlijk. Wie hoofdelijk is veroordeeld, kan zelf hoger beroep aantekenen. Het al dan niet gebruik maken van deze mogelijkheid is niet alleen een eigen recht, maar ook een eigen verantwoordelijkheid.19 Een zekere zelfstandigheid van de vennotenaansprakelijkheid komt ook tot uiting bij stuiting van verjaringstermijnen. Stuiting van de verjaring tegen de VOF brengt op zichzelf geen stuiting van de verjaring tegen individuele vennoten mee, en omgekeerd.20
In het Carlande-arrest heeft de Hoge Raad opgemerkt, dat de vennotenaansprakelijkheid bij de VOF is gegeven voor het geval het afgescheiden vennootschapsvermogen ontoereikend is om alle verbintenissen van de vennootschap te voldoen.21 Hierin lees ik een bevestiging van het afhankelijke karakter van de vennotenaansprakelijkheid. Ook het wettelijke karakter van de vennotenaansprakelijkheid wordt in het Carlande-arrest bevestigd: de vennoten staan ‘krachtens de wet’ persoonlijk voor de VOF in.22