De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.6.9:2.6.9 De jaarrekeningprocedure
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.6.9
2.6.9 De jaarrekeningprocedure
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS386099:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
P. van Schilfgaarde, J.W. Winter, J.B. Wezeman, Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2013, p. 346.
Ondernemingskamer 14 januari 1993, NJ 1993, 460 (Zinkwit).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtmatigheid van de jaarrekening van vennootschappen kan door de Ondernemingskamer getoetst worden in de zogenoemde jaarrekeningprocedure (art. 2:447 BW). In de jaarrekeningprocedure toetst de Ondernemingskamer of de jaarrekening op juiste wijze is ingericht. In de jaarrekeningprocedure kan de Ondernemingskamer de rechtspersoon opleggen de jaarrekening te wijzigen of te vernietigen.
Een dergelijk verzoek kan worden ingediend door iedere belanghebbende, de advocaat-generaal of de Stichting Autoriteit Financiële Markten (art. 2:448 BW). Uit jurisprudentie volgt dat individuele werknemers, de or en vakbonden belanghebbenden kunnen zijn in een dergelijke procedure. Het gaat hier wel om een weerlegbaar vermoeden. Wanneer de gedaagde bewijst dat betrokkene(n) geen nadeel ondervinden van de jaarstukken zijn ze geen belanghebbenden. Voor de or heeft de Ondernemingskamer ten aanzien van art. 2:447 BW (voorheen art. 337 RV) procesbevoegdheid gecreëerd, nu deze niet uit de wet voortvloeit en wegens het ontbreken van rechtspersoonlijkheid de or geen algemene procesbevoegdheid heeft. De rechtvaardiging voor deze procesbevoegdheid lijkt de nauwe verbondenheid met art. 31a WOR te zijn. In de zaak Batco overweegt de Ondernemingskamer: “Een ondernemingsraad is ingesteld in het belang van het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen ten behoeve van het overleg met en de vertegenwoordiging van de in de onderneming werkzame personen. Een ondernemingsraad heeft er dan ook een rechtstreeks belang bij dat het overleg met de ondernemer geschiedt op basis van een jaarrekening die bedoeld inzicht geeft en dat bij geschil daarover in een jaarrekeningprocedure wordt beslist.” Om zijn bevoegdheid ex art. 31a WOR naar behoren te kunnen uitvoeren, moet de jaarrekening wel in orde zijn, lijkt de Ondernemingskamer hier te bedoelen. Als de or geen middelen ter beschikking staan om de rechtmatigheid van de jaarrekening te (laten) beoordelen, wordt het middel van art. 31a WOR uitgehold. In zijn noot bij deze uitspraak stelt Maeijer dan ook dat de or alleen gebruik kan maken van de jaarrekeningprocedure als de vordering van de or ertoe dient om naleving van de bevoegdheden in de WOR veilig te stellen. Gezien de verdere oprekking van de procesbevoegdheid van de or is deze opvatting naar mijn mening te eng, maar het informatierecht ex art. 31a WOR zal in ieder geval een belangrijke rol spelen bij de vraag of de or belanghebbende is in een jaarrekeningprocedure.
Via de jaarrekeningprocedure kan de or bereiken dat wijzigingen worden aangebracht, wat op basis van de WOR niet mogelijk is. De Ondernemingskamer toetst echter alleen de wijze waarop de jaarrekening is ingericht en niet de juistheid van de cijfers. Volgens Van Schilfgaarde, Winter en Wezeman kan de Ondernemingskamer slechts in extreme gevallen, waarin evident is dat gewerkt wordt met opgeblazen of gefingeerde cijfers, ingrijpen in de gegevens.1 Voor de juistheid van de cijfers kan de or zich uiteraard wel tot een deskundige wenden. Ook kunnen deze wellicht aan de orde komen in een door de vakbonden geëntameerde enquêteprocedure. Ondanks dat Boek 2 BW een specifieke procedure inzake jaarrekeningen bevat, kunnen bezwaren inzake de jaarrekening aan de orde worden gesteld in een enquêteprocedure, bepaalde de Ondernemingskamer in de Zinkwit-beschikking.2