Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/5.9.1:5.9.1 Slotsom
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/5.9.1
5.9.1 Slotsom
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196883:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[188] Dit hoofdstuk leidt tot de volgende conclusies. De origine van de onmid-dellijke voorziening – ze ontstaat door een rechterlijke beslissing – legt geen voorrang van de onmiddellijke voorziening boven de contractuele verplichting van de rechtspersoon bloot. De enkele omstandigheid dat de onmiddellijke voorziening tot stand komt door een rechterlijke beslissing, heeft geen consequenties voor de rechtspositie van de contractuele wederpartij, noch voor het succes van zijn op de contractuele rechtsverhouding gebaseerde vorderingen (vergelijk onderzoeksvragen a. en b.). De wetgever heeft geen aanwijzing gegeven voor doorwerking van onmiddellijke voorzieningen in contractuele rechtsverhoudingen van de rechtspersoon.
Dit betekent dat op grond van het onderzoek in dit hoofdstuk niet aannemelijk is dat het tweede scenario – de onmiddellijke voorziening prevaleert – geldend recht is. Dat het eerste scenario – de onmiddellijke voorziening heeft geen effect – geldend recht is, is evenmin plausibel gebleken.