Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.4.2:2.4.2 Deel A: Inleiding en achtergrond (inleidende en beschrijvende hoofdstukken, hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 8)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.4.2
2.4.2 Deel A: Inleiding en achtergrond (inleidende en beschrijvende hoofdstukken, hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 8)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940517:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 2.3.6.
Waar toepasselijk verwijs ik in de voetnoten in de kernhoofdstukken naar de relevante paragrafen, zodat hoofdstuk 3 in zoverre ook als naslagwerk kan dienen bij de bestudering van die kernhoofdstukken.
Hierbij houd ik de indeling in de verschillende deelgebieden van het bewijsrecht aan, die later terugkomen in de hoofdstukken 7 en verder.
Zie paragraaf 2.2.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de geschiedenis van de rechtsontwikkeling van de fiscale bestuurlijke boete. Het beschrijft de rechtsontwikkeling die heeft geleid tot het huidige stelsel van fiscale bestuurlijke boetes, zoals wij dat sinds 1998 kennen. Daartoe behoort ook de erkenning dat de fiscale bestuurlijke boete een criminal charge is in de zin van art. 6 EVRM. Hoofdstuk 3 bevat om die reden ook een inleiding op de kernarresten van het EHRM over de toetsingscriteria voor een criminal charge en de toepassing van die criteria op bestuurlijke boetes. Zoals opgemerkt,1 veronderstel ik deze rechtsontwikkeling in het vervolg van dit onderzoek als bekend.2
Hoofdstuk 4 bevat een korte inleiding op het algemeen geldende bestuursrechtelijke bewijsrecht en op het strafrechtelijke bewijsrecht. Het bewijsrecht zoals dat geldt voor de fiscale bestuurlijke boete staat namelijk onder invloed van zowel het bestuursrecht als het strafrecht. Hoofdstuk 4 geeft daarom een korte inventarisatie van de belangrijkste kenmerken van het bewijsrecht zoals dat in zijn algemeenheid in beide rechtsgebieden geldt.3 Deze elementaire kennis van het bewijsrecht in het bestuursrecht en het strafrecht neem ik bij de verdere behandeling van het fiscale bewijsrecht als een gegeven.
Hoofdstuk 5 geeft een beschrijving van het huidige stelsel van fiscale bestuurlijke boetes. Het bevat een inleiding op de belangrijkste kenmerken van het stelsel, gevolgd door een overzicht van de verschillende fiscale bestuurlijke boetes. Daarbij wordt telkens een korte omschrijving van de gedraging gegeven, ter zake waarvan de betreffende boete kan worden opgelegd.
Hoofdstuk 6 geeft een gedetailleerd overzicht van de delictsomschrijving van de verschillende fiscale bestuurlijke boetes. De delictsomschrijving bepaalt welke feiten en omstandigheden precies moeten worden bewezen om de boete te kunnen opleggen. In zoverre gaat het in hoofdstuk 6 dus om het bewijsobject, dat aan de orde komt aan de hand van de te bewijzen elementen of bestanddelen.
Hoofdstuk 7 bevat een compleet beeld van het algemene fiscale bewijsrecht (zij het op hoofdlijnen), zoals dat bewijsrecht (ook) voor de belastingheffing geldt. De indeling in paragrafen sluit aan bij de deelgebieden van het bewijsrecht die ik hiervoor heb onderscheiden.4 De zogenoemde omkering van de bewijslast komt vanwege de grote betekenis afzonderlijk aan de orde. Hoofdstuk 7 geeft antwoord op de eerste onderzoeksvraag.
Hoofdstuk 8 bevat een recapitulatie van de onderzoeksopzet en enkele algemene opmerkingen over de voornaamste rechtsbronnen.