Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.7.3:19.7.3 Geen vordering van de curator bij onrechtmatige voortzetting van verlieslatende activiteiten
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.7.3
19.7.3 Geen vordering van de curator bij onrechtmatige voortzetting van verlieslatende activiteiten
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405788:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Coutts-procedure is niet de vraag aan de orde gekomen of de curator kon opkomen voor de benadeelde crediteuren. De rechtbank oordeelde dat Coutts onrechtmatig gehandeld had jegens alle handelscrediteuren in faillissement. Zoals hiervoor werd opgemerkt, handelt een aandeelhouder door een voortzetting van verlieslatende activiteiten echter uitsluitend onrechtmatig jegens de crediteuren waarvan de vordering van na het peilmoment dateert.1 Was dit punt aangevoerd in de procedure, dan had het hof moeten oordelen dat de curator niet ontvankelijk was. De curator kan immers uitsluitend opkomen voor de gezamenlijke crediteuren, en niet voor een specifieke groep schuldeisers. In de zaak Poelman/AIM lagen zeer vergelijkbare feiten voor, en oordeelde het Hof ’s-Hertogenbosch dan ook terecht dat de curator niet ontvankelijk was, nu hij niet opkwam vanwege een “generieke schuldeisersbenadeling”.2