Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/IV.6.2.c
IV.6.2.c Het tweetal in de uittredingsprocedure
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS377334:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 28.
Westbroek (1985/2), p. 729; en (1991), p. 29; Santen (1993), p. 77; en Losbl. Rp. (Roest), art. 341, aant. 5.
Idem Van den Ingh (1991), p. 233-234; en Losbl. Rp. (Roest), art. 341, aant. 5.
Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 27-28. Komt een betalende certificaathouder hierdoor in moeilijkheden, dan is een actie uit wanprestatie jegens het administratiekantoor of een directe aansprakelijkheid van de individuele bestuurders jegens de certificaathouders op grond van onrechtmatige daad mogelijk, bedacht Westbroek (1985/2), p. 728-729. Ook waarschuwde hij: 'Het is dus verstandig dat niet alleen het administratiekantoor let op de gegoedheid van de certificaathouders, maar dat ook de certificaathouders onderling daarop letten.' Zie Westbroek (1991), p. 26.
Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 28. Zie ook nog de Handelingen TK 66 (2 april 1987), p. 3476-3477, waarin Van der Burg een vraag stelde over de 'plotselinge' betalingsverplichting voor de certificaathouders. Minister Korthals Altes zei toe op mogelijke problemen attent te blijven en te zoeken naar een oplossing als zich een moeilijkheid zou voordoen.
Santen (1993), p. 77. De in de hoofdtekst beschreven nasleep van een instemmende certificaathouder die nadien weigert te betalen, kan in een voorkomend worden ondervangen door een overeenkomst met een boeteclausule.
Zie ook Van der Sangen (2001), p. 116-117. Hij zag als oplossing dat de aandelenoverdracht aan een derde of slechts een van de certificaathouders, om zo de aandeelhouder toch een adequate exit te bieden. Ik voel hier niet voor, indien de gewone gedaagde aandeelhouder weigert te betalen, mag ook niet direct geleverd worden aan een derde.
Bij de uittreding geldt voor de gedaagde aandeelhouder ten titel van beheer een soortgelijke regeling, zie art. 2:343 lid 8 BW. Van instemmende certificaathouders is evenwel geen sprake, omdat het initiatief niet bij het administratiekantoor ligt, maar bij de uittredende aandeelhouder. Het administratiekantoor kan niet zelf de uittredingsvordering instellen, is de gedachte van de wetgever. In de administratievoorwaarden en de statuten is meestal een bepaling opgenomen dat vervreemding van de aandelen niet is geoorloofd. Een regeling voor het geval de aandeelhouder ten titel van beheer in een uittredingsprocedure als eiser wil optreden, is volgens de wetgever niet aan de orde.1 Enkele schrijvers bekritiseerden deze gedachte, en volgens mij terecht. In de praktijk is in de administratievoorwaarden vaak opgenomen warmeer en onder welke voorwaarden het administratiekantoor bevoegd is te vervreemden. Voldoet de uittredingsvordering aan deze voorwaarden of ontbreken dergelijke bepalingen, dan is een administratiekantoor in theorie bevoegd als eiser op te treden.2
Het administratiekantoor kan in ieder geval zeker als gedaagde optreden. Dit kan vrijwillig en onvrijwillig gebeuren. Indien het administratiekantoor zich wenst te voegen, dan is mijns inziens de instemming van de certificaathouders nodig.3Hetonvrijwillige optreden in de procedure geschiedt indien de uittredende aandeelhouder het administratiekantoor dagvaardt. Vanzelfsprekend kan hiervoor de instemming van de certificaathouders niet gevraagd worden.
Wordt het administratiekantoor veroordeeld tot overname van de aandelen, dan heeft deze aandeelhouder ten titel van beheer vaak niet de financiële middelen voor het betalen van de koopprijs. De uittredende aandeelhouder en de eventuele overige gedaagden mogen hiervan echter niet de dupe worden. Daarom bevat lid 8 van art. 2:343 BW de regel dat alle certificaathouders aansprakelijk zijn naast het administratiekantoor, ieder zoveel mogelijk naar evenredigheid van zijn bezit aan certificaten. Deze aansprakelijkheid komt ook op — net als bij art. 2:341 lid 6 BW zodra de andere gedaagde aandeelhouders of een certificaathouder in gebreke blijven.4 Voor de uittreding geldt eveneens de regel dat de tot betaling veroordeelde partijen moeten instaan voor elkaar.
De certificaathouder kan dus bij onvrijwillig optreden van het administratiekantoor, zonder partij te zijn in de uittredingsprocedure, opeens worden geconfronteerd met de rekening. Van benadeling zou volgens de wetsgeschiedenis echter geen sprake zijn. De betalende certificaathouder ontvangt immers de aandelen of de certificaten.5 In verband met deze aansprakelijkheid naast de aandeelhouder ten titel van beheer, is laatstgenoemde mijns inziens verplicht de certificaathouders op de hoogte te stellen. De namen zijn ingevolge art. 2:202 BW (BV) en art. 2:335 lid 2 sub c BW (NV) bekend. Kunnen de certificaathouders zich dan als gedaagde voegen (art. 217219 Rv) in de procedure, bijvoorbeeld om de aantijgingen van de eisende aandeelhouder te bestrijden om zo een betalingsverplichting te voorkomen? Ik meen dat dit mogelijk is. De certificaathouders hebben een belang om gehoord te worden. Zie over zo'n incidentele vordering in een geschillenregelingprocedure verder § VI.3.5. Voegt het administratiekantoor zich, dan is het niet aan de instemmende certificaathouder zich ook nog te voegen. Door het geven van zijn instemming verbindt de certificaathouder zich aan de uitkomst van de procedure. Het risico dat hij moet betalen, is het gevolg van die instemming. Voor het instellen van de uitstotingsvordering ligt voeging om dezelfde reden minder voor de hand.
In de literatuur is men niet onverdeeld gelukkig met de aansprakelijkstelling van de certificaathouder op grond van art. 2:342 lid 6 en 2:343 lid 8 BW. Bij de uitstoting kan de certificaathouder instemmen, maar op een later moment afzien van de investering. Hij kan gerust weigeren te betalen. De anderen zijn toch verplicht te fourneren en zien zich vervolgens eventueel genoodzaakt een procedure te starten tegen de weigerende certificaathouders.6
Denkbaar is voorts dat bij een uittredingsprocedure het administratiekantoor geen verhaal biedt, en ook de certificaathouders weigeren te betalen. Nieuwe juridische procedures liggen dan voor de uittredende aandeelhouder helaas in het verschiet. Ik merk overigens op dat ook een gewone gedaagde aandeelhouder zo'n betalingsonmacht kan voorwenden.7