Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.7.4:2.7.4 De beperkt gerechtigde, het Wegnahmerecht en het Aneignungsrecht
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.7.4
2.7.4 De beperkt gerechtigde, het Wegnahmerecht en het Aneignungsrecht
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644881:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Staudinger/C Heinze (2020) BGB §951 Rn 70: MüKoBGB/Füller BGB §951 Rn 44; Palandt/Bassenge BGB §951 Rn 24; Kretschmar, ZBIBG/1905/1906, p. 5.
Staudinger/Thole (2019) BGB §997 Rn 39; MüKoBGB/Füller BGB §951 Rn 44.
Spyridakis (1966), p. 129.
Tobias (1903), p. 444-445; Wieling, JZ/1985, p. 516. Spyridakis (1966), p. 128-129. Wolff/Raiser (1957), p. 277; Wieling (2007), §11 II 5.
Mugdan, III (Protokolle, p. 8820), p. 648.
Wieling, JZ/1985, p. 516-517.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Niet alleen de eigenaar, maar ook een beperkt gerechtigde kan zijn recht door natrekking verliezen of in ieder geval zijn zaak na de verbinding niet langer opeisen. De vraag is of hij gebruik kan maken van het Wegnahmerecht dat aan de oorspronkelijke eigenaar toekomt. Stel een huurder heeft een kostbare kluis verpand. Hij bouwt deze vervolgens in het gehuurde huis. Kan de pandhouder afscheiding van de kluis vorderen? Een aantal juristen stelt dat het wegneemrecht door het bijbehorende Aneignungsrecht niet aan de beperkt gerechtigde is gegeven.1 Een Aneignungsrecht is immers een soort pre-eigendomsrecht, waarmee men door inbezitneming het Eigenbesitz en daarmee de eigendom van de afgescheiden zaak verkrijgt.2 Vandaar dat volgens deze juristen het wegneemrecht niet aan de beperkt gerechtigde toekomt. Wel kan laatstgenoemde vorderen dat zijn tenietgegane zakelijk recht opnieuw wordt gevestigd, nadat de oorspronkelijke eigenaar afscheiding heeft gevorderd en zich de zaak heeft toegeëigend. De eigenaar is dan gehouden om een beperkt recht te vestigen die dezelfde kenmerken heeft als het oorspronkelijke beperkte recht én die in dezelfde verhouding staat tot andere zakelijke rechten.3
Anderen stellen dat de beperkt gerechtigde wel gebruik kan maken van het Wegnahmerecht.4 In ieder geval zou dit gelden voor het wegneemrecht van §951 BGB. Dat recht zou immers toekomen aan een ieder die door natrekking zijn recht verloren heeft, mits voor het rechtsverlies geen grond te vinden is. De protocollen over §951 BGB hebben het niet over een eigenaar aan wie een Wegnahmerecht toekomt, maar over Beschädigten.5 Vandaar dat enkele juristen stellen dat de beperkt gerechtigde van de eigenaar van de hoofdzaak zou kunnen eisen dat hij moet dulden dat het bestanddeel wordt afgescheiden. Hij heeft dan geen Aneignungsrecht, aangezien hij daarmee het eigendomsrecht verkrijgt, maar een zakelijk recht dat daarop lijkt. De beperkt gerechtigde verkrijgt na de afscheiding, onafhankelijk wie deze uitvoert, hetzelfde beperkte recht als vóór de verbinding.6 Het eigendomsrecht komt toe aan de oorspronkelijke eigenaar en als die de afgescheiden zaak niet in bezit heeft, dan blijft deze degene die zich haar mag toe-eigenen.
Onwaarschijnlijk is dat deze uitbreiding van wegneemgerechtigden ook van toepassing is op de andere afscheidingsrechten. Bij de wegneemrechten die op grond van een contractuele verbintenis zijn ontstaan, speelt deze vraag minder aangezien dan niet snel sprake is van natrekking. De toegevoegde zaken worden eerder gezien als schijnbestanddelen, zoals ook in het voorbeeld van de huurder en de kluis. Als de kluis zonder beschadiging kan worden losgemaakt van het huis, dan kan de pandhouder afscheiding vorderen op grond van zijn pandrecht. De kluis is een roerende zaak gebleven, waardoor het pandrecht is blijven bestaan. Leidt de afscheiding tot schade aan het huis, dan zou de verhuurder het losmaken kunnen verhinderen, aangezien dan een inbreuk wordt gemaakt op zijn eigendomsrecht. De pandhouder heeft dan een afscheidingsrecht nodig. Als dit recht aan hem toekomt, dan moet de pandhouder de oude toestand van vóór de verbinding herstellen.