Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.1:17.6.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.1
17.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS497118:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor in § 17.3 en 17.4 stond centraal de (dwang tot) zelfbelasting door het afleggen van een verklaring ex art. 47, lid 1, onder a AWR in relatie tot het zwijgrecht. Dwang tot zelfbelasting in fiscale boetezaken kan ook worden opgeroepen door de andere in afdeling 2, hoofdstuk VIII, van de AWR vastgelegde verplichtingen. Voor wat betreft de gedwongen afgifte van (bepaald) materiaal c.q. fysiek bewijs, waarop het niet-meewerkrecht betrekking heeft, komt in fiscale boetezaken alleen de inzageplicht ex art. 47, lid 1, onder b AWR concreet in beeld. Uit de dadelijk te bespreken rechtspraak volgt dat de HR aan het niet-meewerkrecht geringe betekenis toekent vanwege het (op het Saunders-criterium steunende) uitgangspunt dat boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in aanleg wilsonafhankelijk materiaal vormen dat buiten het toepassingsbereik van het recht tegen gedwongen zelfbelasting valt.
In dit onderdeel concentreer ik mij op de mogelijke betekenis van het recht tegen gedwongen zelfbelasting voor de verplichting tot het geven van inzage in (wilsafhankelijke) bescheiden ex art. 47, lid 1, onder b AWR. De eventuele betekenis van dit recht voor de andere in afdeling 2, hoofdstuk VIII, van de AWR vastgelegde bijkomende (informatie)verplichtingen dan de inlichtingen- en inzageplicht, is onderwerp van § 17.7 hierna.