Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/2.3.2.3.1:2.3.2.3.1 Systematiek van een groepsvrijstellingsverordening
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/2.3.2.3.1
2.3.2.3.1 Systematiek van een groepsvrijstellingsverordening
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183558:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie considerans nr. 8 van de Verordening 267/2010. Zie ook Richtsnoeren artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag, par. 24.
Richtsnoeren artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag, par. 36.
In volgende hoofdstukken van dit boek zal op meerdere plekken worden verwezen naar de regeling van bepaalde onderwerpen in de GVO.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een derde mogelijkheid op grond waarvan overeenkomsten kunnen worden uitgezonderd van het kartelverbod is door middel van een groepsvrijstellingsverordening (hierna: GVO). In een GVO worden bepaalde groepen afspraken die voldoen aan de voorwaarden van een GVO automatisch vrijgesteld van het kartelverbod. Ondernemingen dienen enkel aan te tonen dat hun handelwijze valt onder de voorwaarden die zijn neergelegd in een GVO. Op hen rust dus niet de verplichting om aan te tonen dat een ‘kartel’ voldoet aan de vier cumulatieve vrijstellingsvoorwaarden van artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag, waarbij ik in de vorige paragraaf stilstond. Dit betekent dat, als een afspraak niet voldoet aan de voorwaarden neergelegd in een GVO, deze niet zonder meer nietig en verboden zal zijn. In feite moet dan eerst nog worden getoetst aan de voorwaarden van artikel 101 lid 1 van het Werkingsverdrag en indien daaraan voldaan is, staat ook de toetsing aan de individuele vrijstelling van artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag open.1
Het karakter van een GVO veronderstelt dat de overeenkomsten die onder het toepassingsbereik van zo’n verordening vallen, voldoen aan de vereisten voor de individuele vrijstelling en daarmee uitgezonderd zijn van het kartelverbod. Dit impliceert dat een GVO kan worden ingetrokken voor een bepaalde groep van samenwerking wanneer niet meer wordt voldaan aan de in artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag gestelde voorwaarden.2 Het bewijs hiervan rust dan wel op de mededingingsautoriteiten.3 GVO’s werken rechtstreeks door in de Nederlandse Mededingingswet.4 Voor verschillende soorten van overeenkomsten zijn door de Raad of de Commissie in de loop der jaren groepsvrijstellingen gegeven en weer ingetrokken. Ook de verzekeringssector kende geruime tijd een GVO.5 Vanwege het belang van deze GVO voor de beoordeling van samenwerkingsvormen in de verzekeringssector geef ik in de volgende paragraaf een kort overzicht.6