NJ 2026/5
Procesrecht. Herstelvonnis (art. 31 Rv); dictum in eindvonnis strijdig met bindende eindbeslissing in tussenvonnis. Doorbrekingsgrond?
HR 28-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1805
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/03982
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD39464:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1805, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1009, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑10‑2024
- Wetingang
Art. 31 Rv
Essentie
Procesrecht. Herstelvonnis (art. 31 Rv); dictum in eindvonnis strijdig met bindende eindbeslissing in tussenvonnis. Doorbrekingsgrond?
Samenvatting
Van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent in de zin van art. 31 Rv, is sprake indien voor partijen en derden kenbaar is waarin de fout is gelegen (vgl. HR 19 juli 2019, NJ 2019/335). De fout moet niet voor redelijke twijfel vatbaar zijn, en voor partijen en derden op het eerste gezicht duidelijk. In de wetsgeschiedenis wordt in dit verband onder meer als voorbeeld genoemd het geval dat alle verweren van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.