De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/9.4:9.4 Proportionaliteit en het regelen van de gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/9.4
9.4 Proportionaliteit en het regelen van de gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS364843:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de wetsgeschiedenis van art. 3:357 lid 2 BW blijkt dat deze bepaling bedoeld is om iets te doen aan de situatie dat een (onmiddellijke) voorziening wel geïndiceerd is, maar in de gegeven omstandigheden disproportioneel uitpakt.1 Door middel van het regelen van de gevolgen van deze (onmiddellijke) voorziening kan deze worden gekneed tot proportionele proporties. In die gevallen dient het regelen van de gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen naar zijn aard op proportionele wijze te gebeuren.
De ondernemingskamer gebruikt haar bevoegdheid tot het regelen van de (rechts)gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen niet alleen om de scherpe randjes er af te halen, maar ook op een manier die de nadelige gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen juist expliciteren of vergroten.2 Degene die dat raakt, zal dat niet als een proportionaliteit bevorderende maatregel ervaren. Ook in die gevallen zal de ondernemingskamer het proportionaliteitsvereiste in acht moeten nemen, in de zin dat de nadelige gevolgen niet zo ver mogen gaan dat sprake is van een disproportionele (onmiddellijke) voorziening. Verder zij gewezen op hetgeen in par. 9.2.1.5 werd opgemerkt over de analogie met de redelijkheid en billijkheid.