Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/10.2
10.2 Relevante rechtsvormen in Duitsland
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404635:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ik laat hier buiten beschouwing dat het Duitse recht tevens verwijst naar rechtsvormen die het midden houden tussen een kapitaalvennootschap en een personenvennootschap, zoals de GmbH & Co. KG.
Zie par. 16.9.
Oechelhäuser, in: Stenographische Berichte über die Verhandlungen des Reichstags, V. Legislaturperiode, IV. Session 1884, p. 22, ontleend aan Walter Bayer 2007, p. 221.
§ 6(2) GmbHG. Het is dus niet mogelijk een rechtspersoon (bijvoorbeeld de moedervennootschap) tot bestuurder te benoemen. Natuurlijke personen kunnen wel tegelijk aandeelhouder en bestuurder zijn.
Het begrip ‘Vertretung’ dient in § 37 GmbHG te worden begrepen als het bestuur van de vennootschap (een intern begrip) en niet als de vertegenwoordiging van de vennootschap (een extern begrip). Zie, Karl 2009, p. 3.
Zie voor een bevestiging van de regel dat het bestuur van de AG niet gehouden is aanwijzingen van een aandeelhouder op te volgen: OLG Frankfurt 17 augustus 2011, 13 U 100/10.
§ 119(2) AktG: “Über Fragen der Geschäftsführung kann die Hauptversammlung nur entscheiden, wenn der Vorstand es verlangt.”
Noack & Beurskens 2010, p. 159.
Zie daarover hoofdstuk 11.
In het Duitse vennootschapsrecht wordt onderscheid gemaakt tussen een drietal kapitaalvennootschappen: de Aktiengesellschaft (AG), de Gesellschaft mit Beschränkter Haftung (GmbH) en de Unternehmergesellschaft (UG).1 De AG is vergelijkbaar met de Nederlandse NV; zij kan aandelen aan toonder uitgeven en heeft dus de mogelijkheid om haar aandelen aan een beurs te noteren. Het op de AG toepasselijke recht wordt, net als het NV-recht, in hoge mate bepaald door wetgeving op Europees niveau. Zo is bijvoorbeeld de Tweede EG-Richtlijn inzake kapitaal en uitkeringen op haar van toepassing.2
Concurrentie van rechtsvormen wordt niet zelden beschouwd als een modern verschijnsel dat primair het gevolg zou zijn van recente Europese rechtspraak, maar gaf reeds in 1892 aanleiding tot de introductie van de GmbH. Om het Duitse vennootschapsrecht na invoering van de Britse Limited aantrekkelijk te maken voor internationaal georiënteerde ondernemers, achtte men het noodzakelijk dat werd voorzien in een rechtsvorm “auf individualistischer Grundlage, aber mit beschränkter Haftbarkeit”.3 De GmbH is daarom, anders dan de AG, niet het resultaat van een lange rechtsontwikkeling, maar dankt haar bestaan aan een “bewusster Rechtsschöpfung” van de Duitse wetgever. De GmbH onderscheidt zich in een veel hogere mate van de AG dan de Nederlandse BV zich van de NVonderscheidt, en zeker dan de Amerikaanse privately-held corporation zich van de public corporation onderscheidt. De GmbH is ontworpen met oog op kleine en middelgrote ondernemingen en daarom hebben haar aandeelhouders (Gesellschafter) aanzienlijk meer mogelijkheden om de vennootschap naar eigen inzicht vorm te geven dan de aandeelhouders van de AG (Aktionär). Terwijl de AG over zowel een bestuur als een toezichthoudend orgaan dient te beschikken, hebben de meeste GmbH’s louter een bestuur, dat uit natuurlijke personen moet bestaan.4 Daarnaast voorziet de regeling van de GmbH in de mogelijkheid voor het door de aandeelhouders gevormde orgaan (de Gesellschafterversammlung) om het bestuur (in beginsel) bindende instructies te geven. In § 37 GmbHG is bepaald dat de bevoegdheid van de bestuurders om de vennootschap te besturen kan worden beperkt bij aandeelhoudersbesluit.5 Ofschoon de wet niet expliciet spreekt van instructies, wordt algemeen aangenomen dat hieruit moet worden afgeleid dat de Gesellschafterversammlung, door het Bundesgerichtshof aangemerkt als het hoogste orgaan van de vennootschap, (ook concrete) instructies kan geven aan de bestuurders. Deze mogelijkheid heeft de AVA van de AG (de Hauptversammlung) niet.6 In het Aktiengesetz wordt het de Hauptversammlung verboden te besluiten over bestuursaangelegenheden, tenzij het bestuur daarom uitdrukkelijk verzoekt.7 Ten slotte volgt uit de wettelijke bevoegdheidsverdeling vervat in § 46 GmbHG dat de Gesellschafterversammlung primair over het financiële beleid van de GmbH gaat; een vergelijkbare bepaling ontbreekt in het Aktiengesetz.
De GmbH kan inmiddels worden aangemerkt als een belangrijk Duits exportproduct; het GmbH-Gesetz (GmbHG) heeft als voorbeeld gediend voor een groot aantal buitenlandse besloten vennootschapsvormen.8 Sinds 2008 bestaat in Duitsland een afgezwakte variant van de GmbH zonder een minimumkapitaal vereiste: de UG.9