Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/80
80 Voorlopig getuigenverhoor op grond van de Bewijsverordering
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS459480:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken. Deze verordening beoogt de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten te verbeteren, te vereenvoudigen en te bespoedigen op het gebied van bewijsverkrijging. Considerans van de BewVo, nr. 2 en 5; Kamerstukken II 2002-03, 28 993, nr. 3, p. 1-2 (MvT). De Bewijsverordening vervangt voor de Europese lidstaten (met uitzondering van Denemarken) het Haags Bewijsverdrag 1970.
M.V. Polak in nr. 4 van zijn noot in NJ 2012, 128 onder HR 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011: BU6545 (Roucar/4Stroke). Van het Kaar 2008, p. 100. Zie Van het Kaar 2008, p. 116-120 over de verhouding tussen de EEX-Vo en de BewVo.
Art. 4 t/m 16 BewVo zijn van toepassing.
Art. 17 BewVo is van toepassing.
Kamerstukken II 2002-03, 28 993, nr. 3, p. 2 (MvT); Van het Kaar 2008, p. 116; M. Freudenthal in haar noot in JBPr 2005, 47 onder HvJ EG 28 april 2005, ECLI:NL:XX:2005:AV7679, NJ 2006, 636, m.nt. P. Vlas (St. Paul Dairy/Unibel); Pitlo/Rutgers/Krans 2014, nr. 135; Rutgers (Burgerlijke Rechtsvordering), art. 186, aant. 6A.
Zo blijkt uit de Verklaring van de Raad bij het aannemen van de verordening, zie Kamerstukken II 2002-03, 28 993, nr. 3, p. 2 (MvT).
Anders M. Freudenthal in haar noot in JBPr 2005, 47 onder HvJ EG 28 april 2005, ECLI:NL: XX:2005:AV7679, NJ 2006, 636, m.nt. P. Vlas (St. Paul Dairy/Unibel), waarin zij aangeeft dat de rechter zich bij een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor op grond van de BewVo even terughoudend moet opstellen als bij een verzoek krachtens art. 31 EEX-Vo.
Asser Procesrecht/Asser 3 2013/239. De trend om in een vroeg stadium de feiten vast te stellen en zo procedures te voorkomen, is zichtbaar in zowel het Duitse, Engelse als Franse recht (zie hoofdstuk 3).
Inmiddels heeft de inwerkingtreding van de Bewijsverordening1 maatregelen als het voorlopig getuigenverhoor makkelijker gemaakt. De Bewijsverordening bevat geen bevoegdheidsregels; de rechter die bewijshandelingen wenst te (doen) verrichten moet in de (toekomstige) hoofdzaak bevoegd zijn op grond van bijvoorbeeld de EEX-Vo (Ibis) of Rv.2
De bevoegde Nederlandse rechter kan volgens art. 1 lid 1 BewVo overeenkomstig de bepalingen van Nederland: (a) aan het bevoegde gerecht van een andere lidstaat vragen een handeling tot het verkrijgen van bewijs te verrichten3 of (b) bij het centraal orgaan of bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken rechtstreeks een handeling tot het verkrijgen van bewijs te mogen verrichten in die andere lidstaat.4 Voorwaarde is dat het verzoek wordt gedaan met het doel partijen in staat te stellen zich bewijs te verschaffen voor gebruik in een aanhangige of voorgenomen procedure (art. 1 lid 2 BewVo).
Uit art. 1 lid 2 BewVo blijkt dat bewijs ook ten behoeve van een nog niet aanhangige, maar voorgenomen procedure kan worden verzameld. De Nederlandse rechter kan daarom op grond van de Bewijsverordening de rechter van een andere lidstaat vragen een voorlopig getuigenverhoor te houden dan wel vragen zelf in een andere lidstaat een voorlopig getuigenverhoor te mogen houden.5 De reden voor het opnemen van de voorwaarde dat bewijs moet worden verzameld in het kader van een procedure is het uitsluiten van pre-trial discovery, met inbegrip van fishing expeditions.6
Asser stelt – naar mijn mening terecht – dat het doel van het voorlopig getuigenverhoor er niet toe doet.7 Ook een voorlopig getuigenverhoor dat wordt verzocht als nog geen procedure in zicht is en kan leiden tot een schikking en het juist voorkomen van een procedure, valt onder art. 1 lid 2 BewVo. Asser voert hiertoe aan dat “algemeen de mening wordt gedeeld dat het voorkomen van processen moet worden gestimuleerd” en daarom enkel fishing expeditions moeten worden uitgesloten. 8