V-N 2024/38.13
Kostencomponent van naheffingsaanslag parkeerbelasting volgens A-G nog steeds geen criminal charge
HR (Parket) 28-06-2024, ECLI:NL:PHR:2024:710, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
28 juni 2024
- Zaaknummer
23/04840
- Conclusie
A-G Pauwels
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS976832:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1535, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:710, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Pauwels ziet geen ruimte voor de belastingrechter om te toetsen of het niet-betalen van parkeerbelasting verwijtbaar is dan wel of het in rekening brengen van de (volledige) kosten passend en geboden is.
Samenvatting
X is het niet eens met een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 3,71 en € 66,50 aan kosten. De vader van X heeft een fout gemaakt bij het activeren van de parkeerapp voor bezoekers. X vraagt om coulance, wat de vraag oproept of rechters in specifieke gevallen maatwerk kunnen toepassen. Rechtbank Oost-Brabant stelt hierover vier prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
A-G Pauwels ziet geen ruimte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.