Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/8.10
8.10 Samenvatting en conclusie
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS301415:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze gedachten worden tot op zekere hoogte ook wel verkondigd door Slagter (Slagter 2011, p. 126). Hij betoogt dat de aandeelhouder, zodra hij in de algemene vergadering van aandeelhouders verschijnt, een metamorfose ondergaat. Als gevolg van deze metamorfose moet de aandeelhouder zich in de algemene vergadering van aandeelhouders (en daarmee de algemene vergadering van aandeelhouders als geheel) houden aan twee maatstaven, namelijk het belang van de vennootschap en de redelijkheid en billijkheid (Slagter 2011, p. 125-126).
Zie in dit verband voetnoot 12 van dit hoofdstuk.
Binnen de visie op het vennootschappelijk belang die door mij wordt voorgestaan, gebeurt dit indirect.
In dit hoofdstuk is aan de orde gekomen welk belang de algemene vergadering van aandeelhouders dient te behartigen middels de aan haar toegekende bevoegdheden. Zij dient in beginsel het vennootschappelijk belang te behartigen. Dit in tegenstelling tot de individuele aandeelhouder, die in beginsel zijn eigen belang mag behartigen. De grondslag hiervoor kan worden gevonden in het feit dat de algemene vergadering van aandeelhouders een orgaan van de geïnstitutionaliseerde vennootschap is.1 Als gevolg van de institutionalisering van de vennootschap is de aandeelhouder op grotere afstand van de vennootschap komen te staan en heeft de vermogensrechtelijke verhouding tot het aandeel een prominentere rol gekregen.2 Tegelijkertijd heeft de algemene vergadering van aandeelhouders als orgaan een tegengestelde ontwikkeling doorgemaakt. De functie van de algemene vergadering van aandeelhouders als hoogste macht van de contractanten/aandeelhouders heeft aan invloed verloren, terwijl de functie als orgaan van de vennootschap met bepaalde zeggenschapsbevoegdheden aan invloed heeft gewonnen.
De inhoud van het vennootschappelijk belang is reeds in hoofdstuk 3, paragraaf 3.13. en verder aan de orde gekomen, waar de verschillende opvattingen betreffende het vennootschappelijk belang nader zijn toegelicht. Daarbij is ook mijn visie op het vennootschappelijk belang aan de orde gekomen. Het vennootschappelijk belang wordt gevormd door het eigen belang van de vennootschap. Dit is het gevolg van het feit dat de vennootschap als een zelfstandig instituut dient te worden beschouwd. Maar hoe wordt dit eigen belang dan vormgegeven? Waaruit bestaat dit belang? Dit eigen belang van de vennootschap wordt gevormd door enerzijds het belang van de vennootschap bij haar bestaan en continuïteit, anderzijds door de belangen van de bij de vennootschap betrokken belanghebbenden, naar rato van hun belang. Daarbij is (dus) geen sprake van één belang dat overweegt. Dit heeft tot gevolg dat recht wordt gedaan aan het institutionele karakter van de vennootschap, want de vennootschap heeft een eigen belang, maar ook aan het pluralistische samenwerkingsverband dat zich binnen de vennootschap verenigt.
Het uitgangspunt voor de algemene vergadering van aandeelhouders wordt ook niet op eenzelfde wijze beperkt als dat bij de individuele aandeelhouder het geval is. In tegenstelling tot bij de individuele aandeelhouder, die in beginsel zijn eigen belang mag behartigen, moet de algemene vergadering van aandeelhouders zich richten op een belang waarin de grondgedachte van een belangengemeenschap reeds verwerkt zit, waardoor een – onder omstandigheden – beperkend gedragsrecht niet nodig is. Wordt een belang ontoelaatbaar onevenredig geschaad, dan wordt het vennootschappelijk belang niet behartigd, omdat bij het inkleuren van het vennootschappelijk belang rekening moet worden gehouden met deze belangen en het feit dat ze niet dusdanig geschaad (mogen) worden.
Door te concluderen dat de algemene vergadering van aandeelhouders het vennootschappelijk belang dient te behartigen, ontstaat wel een andere discrepantie die eigen problemen met zich brengt. De individuele aandeelhouder mag in beginsel zijn eigen belang behartigen, maar de algemene vergadering van aandeelhouders moet het belang van de vennootschap behartigen. De kritische lezer kan opmerken dat de ene discrepantie enkel wordt verruild voor een andere en heeft zonder meer gelijk. Desalniettemin ligt deze discrepantie tussen individu en orgaan meer in lijn met de institutionele theorie en het stakeholder model dan een discrepantie in de door het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders te behartigen belangen. Binnen de institutionele theorie wordt de vennootschap beschouwd als een eigen onafhankelijke organisatie met haar eigen regels. De vennootschap kent als gevolg van het in Nederland heersende stakeholder model als gezegd een pluralistische belangenstructuur, waarbij de vennootschap optimaal functioneert wanneer zij alle belangen van de bij de vennootschap betrokken belanghebbenden – naar rato van hun relatieve belang – behartigt. Dit betekent dat deze belangen ook moeten worden meegenomen door de organen van de vennootschap in hun besluitvorming.3 De grondbeginselen van onafhankelijkheid, eigen regels (de institutionele leer) en het behartigen van pluralistische belangen (het stakeholder model) dwingen tot de opvatting dat de algemene vergadering van aandeelhouders – evenals het bestuur en de raad van commissarissen – het vennootschappelijk belang dient te behartigen.
Daarmee resteert de vraag wat een belanghebbende bij de vennootschap kan doen wanneer de algemene vergadering van aandeelhouders het belang van de vennootschap niet behartigt, althans naar de mening van die belanghebbende. Welke mogelijkheden staan er dan open voor de belanghebbende? Deze vraag zal aan de orde komen in hoofdstuk 9, waarbij onder meer zal worden gewezen op de mogelijkheden om besluiten aan te tasten, besluitvorming bij voorbaat te blokkeren en de rechtspersoon aansprakelijk te houden. Waar hoofdstuk 7 mogelijkheden betrof jegens gedragingen van de individuele aandeelhouder, betreft hoofdstuk 9 mogelijkheden tegen gedragingen (in de regel besluiten) van de algemene vergadering van aandeelhouders.